|
Instituut
voor Islamitische Studies en Publicaties |
|
CONSERVATION INTERNATIONAL WIL MEERJAREN BEHEERSPLAN SURINAME RESERVAAT Bijdrage
binnenlandse gemeenschappen verplicht Conservation
International Suriname (CIS) is een serie consultaties begonnen met binnenlandse
gemeenschappen om gezamenlijk te komen tot een integraal beheersplan voor het
Centraal Suriname Natuurreservaat (CSNR). Gezien
de plaatsing van dit reservaat het vorig jaar op de Werelderfgoedlijst van de
Unesco, is het volgens internationale wetgeving, met name de
Biodiversiteitsconventie, van belang dat er een management autoriteit wordt
samengesteld waarin onder andere lokale gemeenschappen vertegenwoordigd zijn. In
dit kader heeft CIS van 14 tot en met 17 februari een 'Community participatory
workshop' gehouden, om te komen tot fase twee van het beheersplan. Fase één
werd vorig jaar juli samengesteld. Nu wordt gewerkt aan een meerjaren
beleidsplan voor het CSNR dat over een periode van vijf tot tien jaren moet
lopen. Het operationeel plan moet binnen vijftien maanden worden samengesteld. INVULLING
PARTNERSCHAP Stan
Malone, director Field Program and Operations van CIS, zegt dat er tijdens de
vierdaagse workshop strategieën en ideeën zijn geïdentificeerd door de lokale
gemeenschappen die opgenomen zullen worden in het meerjaren beleidsplan. Onder
andere moet bekeken worden hoe aan het partnerschap tussen de lokale
gemeenschappen enerzijds en met de Staat anderzijds invulling moet worden
gegeven. Duidelijke afspraken tussen deze twee partijen zijn van belang opdat
overeenstemming bereikt kan worden over de ruimtelijk ordening van het CSNR. Met
behulp van onder meer satellietbeelden kan dit gebied in kaart worden gebracht.
Deze gegevens kunnen bij onderhandelingen efficiënt worden gebruikt, vooral met
het oog op de grondenrechtenproblematiek. Partners in het CSNR zijn de
ministeries van Natuurlijke Hulpbronnen (NH) en Transport, Communicatie &
Toerisme (TCT) en de aan hun gelieerde diensten, Ara Cari, de stichting Vrienden
van Kayser en de gemeenschappen van de Matawai, Tareno, Kwinti en Saramaccaners.
Gezien de economische benutting van het reservaat is deze ook voor TCT van
belang. Om de mogelijke toename van toeristen te kunnen opvangen is er op dit
gebied een plan nodig. Het ministerie zal ook nagaan op welke wijze de
telecommunicatie met het natuurreservaat op gang kan komen. In dit licht worden
ook de airstrips in het binnenland in ogenschouw genomen. INTERNATIONALE
NORMEN Volgens
de Surinaamse wetgeving is de stichting Natuurbeheer belast met het beheer van
natuurreservaten in Suriname. Dit is een uitvloeisel van de
Natuurbeschermingswet van 1954. NH-vertegenwoordiger Rachel Pollack zegt dat het
beheer met behulp van overlegcommissies wordt uitgevoerd. Hierin hebben zitting
vertegenwoordigers van de overheid, binnenlandse gemeenschappen en andere
belanghebbenden. Wel zorgt dit model voor conflicten. Anders is het met het
CSNR, omdat er een internationale status aan verbonden is, waardoor het beheer
volgens internationaal geldende normen moet plaatsvinden. Hiervoor zullen
fondsen van het Suriname Conservation Foundation (SCF) worden aangesproken. De
stichting voert het beheer over de fondsen, nu tien miljoen Amerikaanse dollars.
Omdat het om een endowment fonds gaat kunnen slechts uit de winsten, gemaakt
door investeringen, opnieuw uitgaven worden gedaan. Geschat wordt dat er
jaarlijks tussen 400.000 en 700.000 US dollar zal vrijkomen. Het SCF kan
projecten financieren op het gebied van trainingen, voorlichting, educatie,
studiebeurzen en onderzoek. Ook is vanaf 14 februari het UNDP Small Grants
Program (SGP) bij CIS gestart met de slogan 'Acting locally, conserving
globally'. Het SGP financiert projecten tot vijftigduizend Amerikaanse dollars.
Tot nu toe zijn er 1.305 projecten gefinancierd. Er wordt gedecentraliseerd
gewerkt waardoor het geld niet via de Staat loopt, maar er rechtstreeks met
NGO's wordt gewerkt. Van belang is dat ontwikkeling moet samengaan met
natuurbehoud. Dit is de basis van het SGP. De follow-up van de 'Community
participatory workshop' wordt over twee tot drie maanden gehouden. Bron: De Ware Tijd, 19 februari 2001 |