Free Web Hosting Provider - Web Hosting - E-commerce - High Speed Internet - Free Web Page
Search the Web

Instituut voor Islamitische Studies en Publicaties
[Home] [Artikelen] [Nieuwsbladen] [Interreligieus] [Milieu] [Andere sites] [E-mail]


CRUISE NAAR DE IJSTIJD

Minister Pronk (milieu) kan dan wel waarschuwen voor het broeikaseffect, voor harde voorspellingen is hij afhankelijk van schepen als de Pelagia. Aan boord van een drijvend lab, waar een bodemmonster tot euforie kan leiden.

Nauwelijks ligt het eerste tropische diepzeezand aan dek van het onderzoeksschip Pelagia, of geoloog Geert Jan Brummer heeft er al wat van in mond. Keurend als een fijnproever laat hij de korrels langs zijn tanden knarsen en proeft hij het zilt op zijn zong. ,,Een prima bodemmonster, beter kan bijna niet.''

Even kijkt hij naar de meterslange stalen pijp die de bemanning voor de Afrikaanse kust uit de golven van de Zuid-Atlantische oceaan aan boord van het Nederlandse schip hijst. ,,Die hebben we als een holle naald in de zeebodem geprikt en weer opgehaald. We zitten hier boven een soort onderzeese berg, de Walvisrug, toch nog altijd drie kilometer diep.''

Snel concentreert hij zich weer op de kwaliteit van het monster, buigt zich met een loep over de korrelgrote, bestudeert de schelpjes, roemt het kalkgehalte. Uitgelaten slaat de wetenschapper een passerend bemanningslid op de schouder. Zo blij kan een diepzee-geoloog zijn met een schep zand uit de bodem van de tropische oceaan.

Brummer heeft dan ook ver moeten varen en diep moeten graven voor dit bodemmonster. Als wetenschapper in dienst van het Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ) werkt hij op Texel, tevens de thuishaven van de Pelagia. Op zoek naar nieuw studiemateriaal stroopt Brummer vaker de wereldzeeën af, maar deze tocht is toch net iets anders.

,,We maken een heel rondje Afrika, langs de westkust naar beneden, rond Kaap, dan door de Indische Oceaan, de Rode Zee en het Suez-Kanaal via de Middellandse Zee weer naar huis'', aldus Brummer. Opgestapt in Walvisbaai, Nambië, is hij tot aan Kaapstad als expeditieleider verantwoordelijk voor het onderzoek dat vanaf boord wordt verricht. ,,Waar stopt het schip voor een bodemmonster, welke meetapparatuur gaat overboord, wat willen we daar precies weten?''

Centrale vraag tijdens het hele rondje is welke rol de oceanen spelen bij de klimaatverandering: hoeveel CO2 verdwijnt er in het water, hoeveel komt er weer terug in de atmosfeer, wat gebeurde er tijdens de laatste ijstijden, hoe beïnvloedt de botsing van de warme Indische oceaan met de koude Atlantische buurman het klimaat?

,,Vorig jaar hebben we dezelfde tocht gemaakt, zodat we de metingen in de tijd kunnen vergelijken. Ook halen we nu een aantal meetstations op, die in een frame verankerd een jaar op de diepzeebodem hebben gestaan.''

In de werkplaats van de Pelagia zagen wetenschappers de felgele pijp met daarin het bodemmonster van de Walvisrug in handzame stukken. Fred Jansen, collega van Brummer, stouwt de buizen zorgvuldig in een koelkast in het ruim. ,,We bewaren ze op de temperatuur van de zeebodem. Een beetje geoloog heeft hier voor jaren werk aan.'' In een opengewerkt monster wijst hij op een donker laagje: ,,Kijk, dat is waarschijnlijk de laatste ijstijd. Toen waaide het harder, waardoor er meer stof boven de oceaan dwarrelde, en dat vind je terug in deze pijp.''

En juist die laatste ijstijd is voor klimaatonderzoek van belang, omdat de temperatuur tienduizend jaar geleden in een half mensenleven een aantal graden zakte. En daar kan een geoloog wat mee. ,,We willen weten hoe het broeikasgas CO2 zich gedurende die tijd gedroeg. We weten dat er een verlaagde concentratie was, maar was dat het gevolg of de oorzaak van de ijstijd? Als we dat kunnen bepalen, dan kunnen we scenario's opstellen voor wat er de komende tijd met het klimaat kan gebeuren'', aldus Geert Jan Brummer.

Hij weigert nadrukkelijk het woord voorspelling te gebruiken. Vanuit het verleden de toekomst lezen kan zelfs een geoloog niet. Maar wat heeft minister Pronk dan uiteindelijk aan het onderzoek vanaf de Pelagia? ,,We zullen uiteindelijk meer inzicht krijgen in de werking van het klimaat. We kunnen zeggen: stel er gebeurt dit, dan zal dat het gevolg zijn.''

Voor het zover is zal er nog veel water getapt moeten worden op de Pelagia. Een bodemmonster is mooi, maar voor de subtiele veranderingen waarnaar de klimatologen zoeken niet voldoende. Behalve de lange holle naald heeft het NIOZ dan ook nog een batterij andere wapens om de zee haar geheimen te ontfutselen. Drie dagen lang dobbert de Pelagia op de walvisrug, drie dagen lang gaat het ene na het andere apparaat over de muur. Belangrijkste daarvan is een rond frame met 22 flessen die elk op een verschillende diepte open en dicht gaan. Analyse van het opgevangen water levert gegevens over de temperatuur, zout, voedingsstoffen, koolstof en stikstof in een verticale lijn naar de bodem.

Deze data heeft micro-paleontoloog Frank Peeters weer nodig om zijn eigen onderzoeksgegevens te kunnen begrijpen. Vanaf het achterdek vist hij met een computergestuurd net op plankton. Aan de hand van het kalkskelet van de gevangen diertjes bepaalt hij de ouderdom, de seizoensverandering en de klimatologische geschiedenis van het water.

Zo blij als Geert Jan Brummer met zijn bodemmonsters kan zijn, zo opgewonden raakt Peeters over de inhoud van zijn fijnmazige net. Is hij niet op het achterdek bezig de netten op te spannen of te legen, dan zit hij wel in het scheepslaboratorium de eencellige kalkdiertjes uit te spoelen en te conserveren. Net na net werkt hij de diepvries in, voor onderzoek op Texel. ,,Jôh, ik heb nog wel voor tien jaar liggen als ik zou willen.''

Maar er kan altijd nog meer onderzoeksmateriaal bij, de honger van een onderzoeker is niet zomaar gestild. Reden voor Brummer om relatief veel vaartijd te besteden aan het bergen van twee enorme trechters die tijdens de vorige tocht her en der op de zeebodem zijn neergezet. In deze vergaarbakken is een jaar lang door de oceaan dwarrelend plankton en ander bezinksel verzameld.

Kapitein Hans Groot bepaalt via de satelliet de positie van de verankering en legt het schip op de meter nauwkeurig boven het frame. Vervolgens wordt de apparatuur met een akoestisch onder-water-signaal uit de slaapstand gewekt, waarna het frame zijn verankering loslaat en van 2800 meter naar boven komt.

Als eerste verschijnen een serie gele en oranje drijfbollen, gevolgd door iets wat nog het meest op een neergestort Cessna vliegtuigje lijkt. ,,De stromingsmeter'', wijst Brummer aan. Na veel hijswerk in een ruwe zee ('een beetje optoppen Roel', 'effe stijf zetten Cees', 'doorhalen, stoppen maar') komt de trechter boven water om op een hoge golf met een harde knal tegen het schip te slaan. BOF! ,,Die is kapot'', schrikt Brummer. ,,Nee toch niet, hij is nog heel.''

Aan boord gehesen blijkt de verankering goed te hebben gewerkt: een jaar lang is er elke week automatisch een nieuw flesje onder de trechter gedraaid, een jaar lang is de stroomsnelheid in kaart gebracht en zijn nog andere metingen verricht. ,,Al het bezinksel in de flesjes, was anders het afgelopen jaar op de bodem gevallen. Dat kunnen we vergelijken met wat we in de bodemmonsters vinden'', aldus een opnieuw tevreden Brummer.

Het merendeel van de nog niet zo lang geleden opgestapte wetenschappers is om andere reden blij dat de verankering binnenboord is: de inmiddels door windkracht zes à zeven opgestuwde golven blijken een beetje te hoog voor hen. Zeker als de kok besluit karbonaadjes op het menu te zetten en er onderdeks een zware vleeslucht komt te hangen, wordt het opvallend rustig aan boord. Slechts een enkeling doet de maaltijd eer aan, de overigen liggen te kooi, in stil verlangen naar de beschutting van het land.

Maar ook het geluk van Brummer kan verkeren. Verliep de expeditie tot nu toe vlekkeloos, de Walvisrug geeft zich niet zo maar gewonnen. Op de bodem staat een frame waarvan de drijfbollen verleden jaar tijdens het overboord zetten door een gebroken kabel losraakten. Het apparaat -geschatte waarde een half miljoen gulden, nog afgezien van de onbetaalbare, want onvervangbare wetenschappelijke gegevens- heeft daardoor te weinig drijfvermogen om op eigen kracht boven te komen.

Dreggen en hijsen is het credo waarmee hoofd-technicus Jack Schilling twee dagen op het zijdek staat. Een zelfgemaakte lijn met zestien dregankers en een aantal flinke gewichten moet het frame met de onvervangbare meetgegevens van een heel jaar toch kunnen aanpikken, zo is de gedachte.

Even lijkt het frame -waaraan nog een kabel van driehonderd meter lengte met drie drijfbollen- in de ankers te hangen, maar dan verstomt plotseling het akoestische signaal dat het apparaat uitzendt. ,,We hebben hem ondersteboven getrokken, met zijn harsens in de blubber'', is op zijn Texels de conclusie van Schilling. Er wordt meer dan vijf kilometer kabel achter de boot gehangen, maar de reddingsactie blijft vergeefs. Brummer is even niet zo blij.

Onderweg van de Walvisrug naar Kaapstad volgt een tweede tegenslag. Tijdens deze tocht had Brummer het schip graag even door een zogenoemde Agulash-ring gestuurd. ,,Dat is een enorme bel warm water uit de Indische Oceaan die de koude Atlantische Oceaan is ingedreven. Zo'n ring kan wel zo groot als Nederland zijn en beïnvloed de stroming van koud en warm water over de wereld. We onderzoeken het belang hiervan voor het klimaat.''

Maar de gezochte ring, Astrid genaamd, dobbert trager naar het noorden dan gedacht en blijft onbereikbaar voor Geert Jan. Maar niet voor de Pelagia: met een nieuwe bemanning en verse wetenschappers aan boord zal het schip de ring drie weken van onder naar boven en van links naar rechts doormeten.

Trouw, 24 februari 2001