|
Instituut
voor Islamitische Studies en Publicaties |
SURINAAMS ECO-TOERISME MAAKT INTERNATIONAAL GROTE STAP Met
de officiële opening van het bezoekers- annex vrouwencentrum zaterdagochtend te
Galibi is naar Surinaamse begrippen een kleine vooruitgang geboekt, maar
internationaal betekent dit wel een grote stap. Elders in de wereld komt het
namelijk nauwelijks voor dat de bescherming en het behoud van de natuur
samengaan met de participatie van de inheemse gemeenschap. De
blikken van de internationale gemeenschap zijn in dit verband dan ook op
Suriname gericht, weet Harrold Sijlbing, directeur van de Stichting Natuurbehoud
Suriname (Stinasu). Het Galibi natuurreservaat is een van de gebieden, die door
de Europese Unie (EU) als zeer belangrijk is bestempeld voor de ontwikkeling van
het eco-toerisme. Donderdag vond de ondertekening plaats van een contract,
waarbij de EU ruim zes miljard gulden op tafel zal leggen voor de financiering
van de tweede fase van het Toerisme Ontwikkelingsprogramma (TOP). Dit programma
zal gericht zijn op de bevordering van het proces dat de basis moet verstevigen
van een levensvatbare en duurzame toeristensector. Een deel van dat bedrag is
bestemd voor de ontwikkeling van het natuurtoerisme in het Galibi
natuurreservaat. Door de EU is dit project als pilotproject geïdentificeerd.
Andere gebieden die als belangrijke gebieden voor het eco-toerisme zijn
aangemerkt, zijn onder andere Brownsberg en het Paragebied. Ook het
Wereld Natuurfonds (WWF) is bereid financiële middelen te schenken voor de
ontwikkeling van een gemeenschap en het behoud van de biodiversiteit. De
voorwaarde hiervoor is dat er gemeenschapsparticipatie moet zijn. Hoe groter de
participatie van de bevolking is, hoe beter de WWF dat vindt. UNIEK Sijlbing
noemt de opening van het bezoekerscentrum een uniek gebeuren, omdat Galibi de
belangrijkste plaats is waar de bevolking intensief samenwerkt met de Stinasu
ter bescherming van de natuur. De bevolking is zich bewust van de waarden van
haar natuurerfgoed. Het beschermen van de stranden zien zij steeds meer als een
deel van hun cultureel erfgoed, reden waarom zij steeds vaker bereid zijn mee te
werken. Het zeeschildpaddenproject is volgens Sijlbing het meest succesvolle
voor wat betreft de deelname van de bevolking. Stinasu is natuurlijk ook in
andere gebieden bezig, zoals Bronsweg, Washabo, Bigi Poika en Coesewijne, maar
haar directeur vindt Galibi echt een voorbeeldproject, waarbij mensen bereid
zijn zich in te zetten en op niveau willen participeren. Het pas geopend
bezoekerscentrum behoudt zijn oorspronkelijke naam, Vrouwencentrum van Galibi,
maar dient voortaan ook voor gastenontvangst. Centraal staat niet alleen het
informeren van gasten over de cultuur, taal en kunstnijverheid van de Caraïben,
maar ook over het Galibi natuurreservaat en de bescherming van de
zeeschildpadden. ONTWIKKELING Bij
de opening van het centrum is door de inheemsen gevraagd dat de regering zich
niet blind staart op bescherming van de natuur, maar zich ook op de ontwikkeling
van de mens richt. Kapitein Ramses Kajoeramarie zei dat in het land veel armoede
heerst, dat bestreden moet worden. Daarbij wil de inheemse bevolking van Galibi
niet wachten op de overheid, maar met ondersteuning van donoren zelf werken aan
haar ontwikkeling. Stinasu heeft toegezegd die zelfontwikkeling te helpen
bevorderen via het eco-toerisme. Parlementariër Ronald Thomas (NF/NPS), die de
overheid vertegenwoordigde, zegde toe te proberen het ministerie van Regionale
Ontwikkeling ertoe te bewegen het begrotingstekort voor het verder ontwikkelen
van het bezoekerscentrum op te heffen. In het centrum zal een soort blijvende
expositie te zien zijn van het cultureel erfgoed van de inheemse bevolking. Het
is het eerste gemeenschapscentrum in zijn soort, dat ook als een klein museum
wordt gebruikt. Sijlbing denkt dat het in ieder geval aangeeft dat de
dorpsbewoners beseffen dat eco-toerisme een belangrijke bron van inkomsten voor
het dorp kan betekenen. Kapitein Pane, die behalve als dorpskapitein ook sprak
in de hoedanigheid van voorzitter van de Stichting Duurzaam Natuurbehoud
Aloesiaka en als voorzitter van de Vereniging van Inheemse Dorpshoofden in
Suriname, zei dat de ontwikkeling van het dorp langzaam maar zeker op gang komt.
Daar is hij dankbaar voor. Vooral de vrouwen hebben getoond over genoeg
strijdlust en doorzettingsvermogen te beschikken opdat dit project door kon
gaan. De opening werd bijgewoond door onder andere een delegatie van het Franse
WWF, plaatselijke jachtopzieners, de nationale Inheemse Vrouwenvereniging,
parlementariërs en Stinasu. Na de officiële plechtigheid werden de bezoekers
vergast op een culturele show. De Ware Tijd, 14 mei 2001 |