|
Instituut
voor Islamitische Studies en Publicaties |
|
DE EEUW VAN DE HONGER Voor
het rijke westen, de opwarmer bij uitstek, vallen de gevolgen van het
broeikaseffect nogal mee - het kan op de korte termijn zelfs gunstig uitpakken.
Maar voor de derde wereld dreigen hongersnoden, hittegolven, droogtes en
overstromingen. Over een kwart eeuw is voor vijf miljard mensen water een kost-
en kwetsbaar goed. Het
rapport dat de klimaatcommissie van de VN gisteren in Genève publiceerde, zou
wel eens een averechts effect kunnen hebben. De IPCC (Intergovernmental Panel on
Climate Change) waarschuwt de wereld voor de desastreuze gevolgen van het
broeikaseffect, maar voor het rijke westen, de grote veroorzaker van de
opwarming, lijken de perspectieven eerder gunstig. Zolang
de temperatuurstijging beperkt blijft tot een paar graden, kunnen de boeren in
deze contreien op betere oogsten rekenen, zijn de houtopbrengsten in de bossen
hoger, hoeven we 's winters minder te stoken en overlijden er hier minder mensen
door extreme koude. Bovendien opent het smeltend pakijs misschien wel nieuwe
routes voor de scheepvaart. De voordelen van dat alles wegen ruimschoots op
tegen de kosten van dijkverhoging of stormschade. De IPCC voorziet bij zo'n
gematigde opwarming eigenlijk maar één echt nadeel voor de gemiddelde
Europeaan: hij zal zijn vakantiebestemmingen moeten aanpassen. Populaire
zomerdoelen zijn over honderd jaar vermoedelijk te heet geworden en van de
skipistes in de Alpen is dan nog maar de helft over. Maar
als de aarde in 2100 zes graden warmer is geworden - een mogelijkheid die de
IPCC bij haar vorige rapport in januari ook open hield - ziet het er hier ook
slecht uit. In dat geval boert de landbouw minder, staat ons fikse schade door
weersextremen te wachten en wordt de waterhuishouding een probleem. Het
is echter de vraag of politici, die zich bij de klimaattop in Den Haag toch al
niet zo bereid toonden om hun kiezers beperkingen op te leggen, oog hebben voor
dit lange-termijneffect als de perspectieven in de nabije toekomst zo slecht nog
niet zijn. En het is al helemaal de vraag of ze enige solidariteit kunnen
opbrengen voor de arme landen, ook al worden die het zwaarst getroffen door de
gevolgen van de opwarming waar ze zelf nauwelijks schuld aan hebben. ,,Het is
inderdaad een politieke beslissing of wij het totale beeld als gunstig of
ongunstig beschouwen'', zegt Jan Verhagen, die namens Nederland meewerkte aan de
totstandkoming van dit IPCC-rapport. Hoe
dan ook, de komende honderd jaar zien er voor de derde wereld slecht uit. De
oogsten zullen minder zijn en het water schaarser, of het spoelt juist in grote
hoeveelheden alles weg. Voor grote delen van de mensheid wordt de 21ste eeuw de
eeuw van de honger, voorspelt de IPCC. Nu al is voor eenderde van de
wereldbevolking drinkwater een kost- en kwetsbaar goed; in 2025 zal dat naar
schatting voor vijf miljard mensen gelden. Daarbovenop
komt dan nog eens de dreiging van weersextremen. De IPCC schetst in haar rapport
een droef beeld van hele continenten - Afrika, Azië en Latijns-Amerika - die
door hittegolven, droogtes en overstromingen zullen worden geteisterd. Het is
overigens voor het eerst dat de IPCC zwart op wit durft te stellen dat er in de
recente stormen en overstromingen een trend valt waar te nemen die voor de
toekomst weinig goeds belooft. Oftewel, het extreme weer van de laatste tijd kan
bijna geen toeval meer zijn. Siebe van de Geijn, de Nederlandse delegatieleider
in Genève, formuleert het nog voorzichtig: ,,We hebben er zoveel vertrouwen in
gekregen dat die extremen het gevolg zijn van het broeikaseffect dat we besloten
hebben daar de komende jaren extra aandacht aan te geven.'' De
stormen passen wel goed in het beeld van het versterkte broeikaseffect. En dat
is volgens Van de Geijn de andere belangrijke conclusie van dit rapport - naast
de verdieping van de kloof tussen rijk en arm: veel fysische en biologische
veranderingen bevestigen de opvatting dat de mens bezig is de aarde op te
warmen. Gletsjers wijken terug, de permafrost dooit, winters beginnen later,
lentes eerder en vogels en planten verschuiven hun broed- en bloeiperiodes. Van
der Geijn: ,,Mochten er na het vorige IPCC-rapport nog twijfels bestaan, dan
neemt dit rapport ze wel weg. Al die patronen wijzen dezelfde kant op: ons
klimaat verandert.'' Toch
is dit rapport minder stellig van toon dan zijn voorganger uit januari. Toen
stelde de IPCC dat het zeer waarschijnlijk was dat de mens de aarde opwarmde en
dat de gevolgen nog vele eeuwen merkbaar zouden zijn. Nu zit er voor westerse
politici nog een ontsnappingsroute in, een mogelijk scenario waarachter ze zich
kunnen verschuilen. Doembeelden, zoals het Wereldnatuurfonds (WNF) een halfjaar
geleden nog voorspelde - vele ecosystemen en eenderde van de diersoorten worden
met uitsterven bedreigd -, bevat dit rapport niet. ,,Jawel'', zegt Van de Geijn.
,,De studie van het WNF staat er wel degelijk in. Samen met vele andere studies.
En allemaal bij elkaar vormen die studies het geschetste totaalbeeld.'' Zijn
collega en delegatiegenoot Jan Verhagen vult aan: ,,Het ging in dit rapport om
de globale gevolgen van de klimaatverandering. Dat wil zeggen dat we lokale
effecten, zoals het uitsterven van soorten ten gevolge van verstedelijking,
moesten uitsluiten.'' Van
de Geijn benadrukt dat het een evenwichtig rapport is geworden waar alle landen
zich bij hebben aangesloten. ,,Het was een serieuze bijeenkomst in Genève. We
zijn als wetenschappers stevig aan de tand gevoeld: hoe hard zijn die beweringen
van jullie? Dat heeft een evenwichtig beeld opgeleverd met vele plussen en
vooral minnen. En daar is consensus over bereikt. Ook door de industrielanden,
en ook door de olieproducerende landen. Het is nu aan de politici om daar een
vervolg aan te geven.'' Over
een maand publiceert de IPCC nog een derde rapport, over de mogelijkheid en
effectiviteit van maatregelen tegen het broeikaseffect. Deze zomer komen de
politici weer bijeen om te pogen afspraken te maken over die maatregelen. Trouw, 20 februari 2001 |