Free Web Hosting Provider - Web Hosting - E-commerce - High Speed Internet - Free Web Page
Search the Web

Instituut voor Islamitische Studies en Publicaties
[Home] [Artikelen] [Nieuwsbladen] [Interreligieus] [Milieu] [Andere sites] [E-mail]


Negatieve gevolgen klimaatsverandering treffen Suriname ook

Suriname zal een van de eerste landen zijn die de negatieve gevolgen van de klimaatsverandering in de wereld zullen meemaken. Ondanks het feit dat ons land een gering percentage aan broeikasgassen uitstoot zullen wij het voorgaande goed moeten beseffen. Dit zei de klimaatdeskundige Cor Becker vandaag op een persconferentie van het Nationaal Instituut voor Milieu en Ontwikkeling in Suriname (Nimos).

Op deze bijeenkomst ging men in op het onderwerp “Climate Change” dat tijdens de CoP 6 conferentie in Den Haag, Nederland, be-sproken werd en Wereld Aarde Dag die morgen gevierd wordt. Becker maakte als lid-wetenschapper deel uit van een acht man sterke delegatie die Suriname van 13-24 november vertegenwoordigde op de eerder genoemde bijeenkomst in Nederland. Volgens Nimos-directeur Soetjipto Verkuyl beseft men zich in Suriname niet van de gevolgen van de klimaatsverandering. Hij zegt dat in metingen van de Meteorologische Dienst dui-delijk is waar te nemen dat de neerslag over de afge-lopen 30-40 jaar aan het afnemen is, terwijl de temperatuur een lichte stijging vertoont. Ook blijkt dat de zeespiegel ten opzichte van de jaren vijftig, toen ze geijkt werd, nu met 30 cm is gestegen. Verkuyl spreekt van een situatie die niet lichtjes opgevat moet worden. Ook als de uitstoot van gassen gestabiliseerd wordt, zijn de gevolgen van de klimaatsverandering, volgens Sieuwnath Naipal (lid-we-tenschapper), werelwijd toch niet te overzien.

Over haar deelname aan de conferentie heeft Nimos nog geen verslag aan de regering uitgebracht. Het rapport dat het instituut hierover zal samenvatten zal waarschijnlijk in oktober af zijn.

POSITIE SURINAME

Op de vraag hoe goed of slecht Suriname ervoor staat in de wereld, zei Becker, dat hoewel Suriname een klein land is met een relatief kleine bevolking, wij er niet van uit moeten gaan dat onze uitstoot heel gering is. Volgens de klimaatdeskundige zijn er ook landen met dezelfde omvang als Suriname, die toch wel een belangrijke bijdrage leveren aan de vervuiling van het milieu. Becker zegt dat wij ons liever moeten druk maken om de gevolgen, die wereldwijd niet aan grenzen gebonden zijn. Hij geeft aan dat 95% van alle activiteiten in ons land zich 30 kilometer in noordelijke richting concentreren. Dit gebied ligt zowel volgens Becker als Verkuyl 1cm lager dan het zeeniveau, dat zoals eerder aangegeven nu met 30 cm is gestegen. Wij moeten volgens Becker daarom goed gaan beseffen dat ondanks de geringe percentage uitstoot van broeikasgassen, Suriname een van de eerste zal zijn die de negatieve gevolgen van de klimaatverandering zal meemaken. Verkuyl zegt dat op de Master Plan-studie die het vorig jaar werd gehouden, reeds is aangegeven dat de ontwatering van groot-Paramaribo een probleem vormt. Verkuyl stelt daarom voor dat de activiteiten zich nu liever naar het zuiden des lands gaan concentreren.

PRODUCTIEGROEI

Leendert Fung, die als nationale klimaatexpert meereisde, zegt dat klimaatsverandering niet alleen met de natuurlijke veranderingen te maken heeft. De veranderingen in het klimaat worden volgens hem direct en indirect toegeschreven aan menselijke activiteiten. De uitstoot van gassen heeft te maken met productiegroei die zowel door geïndustrialiseerde als ontwikkelingslanden nagestreefd wordt. Echter betekent dit voor de ontwikkelingslanden dat zij dezelfde weg opgaan als de geïndustrialiseerde landen, namelijk vervuiling van hun milieu. Fung koppelt vervuiling aan materiële productiegroei, die dan uitputting van de natuurlijke hulpbronnen en vernietiging met zich meebrengt. Om dit te voorkomen zouden de ontwikkelingslanden moeten kiezen voor creativiteit en hergebruik van en een goede zorg voor hun natuurlijke hulpbronnen. Een te hoge temperatuur kan volgens Fung voor langdurige droogte zorgen en ontwrichting van de sociale structuur of economische problemen tot gevolg hebben. Indien de ontwikkelingslanden erin slagen hun milieu te behouden of een bijdrage hiertoe in de wereld leveren, zouden zij niet zoals de geïndustrialiseerde landen van Bruto Nationaal Produkt (BNP) hoeven te spreken, maar van “Bruto Nationaal Geluk”.

De delegatie die deelnam aan de conferentie in Den Haag bestond verder uit Ellen Naarendorp (voorzitter Nationale Milieuraad tevens hoofd van de delegatie), Kenneth Tjon (lid-wetenschapper), Sieuwnath Naipal (lid-wetenschapper), Ingenieur Jan Vandenbergh (lid-bedrijfsleven). De middelbare scholieren, Sandro Barron en Bhartie Raghosing reisden als jongeren mee om Suriname te vertegenwoordigen op de “yought meeting” die onderdeel was van de CoP 6-conferentie. De jongeren wisselden van gedachten over verschillende vraagstukken betreffende het milieu en bespraken eventuele oplossingsmodellen om de klimaatsverandering tegen te gaan.

De West, 20 april 2001