|
Instituut
voor Islamitische Studies en Publicaties |
|
Bij opening Workshop Natuur- en Milieueducatie MINISTER SANDRIMAN STELT NATUURONDERWIJS TER DISCUSSIE Minister Walter Sandriman van Onderwijs en Volksontwikkeling pleit voor het ontwikkelen van strategieën voor een efficiënte en effectieve manier van natuur- en milieueducatie waaraan een verhoogd bewustzijn inherent is. Volgens hem moet milieubewustzijn een ‘eigenschap’ zijn van een ieder. De bewindsman sprak gisteren bij de opening van de tweedaagse workshop “Natuur- en milieueducatie: strategie voor duurzame ontwikkeling en verhoogd milieubewustzijn” in hotel Krasnapolsky. "Wij moeten ons afvragen of datgene wat in het zojuist genoemde kader (lees: natuur- en milieueducatie) wordt onderwezen voldoende is om het zo gewenste milieubewustzijn bij de jeugd te realiseren, of de aspecten van het natuur- en milieuonderwijs bijgesteld moeten worden en welke elementen additioneel erbij moeten," stelde de minister in zijn inleiding. De workshop is georganiseerd door Conservation International Suriname (CIS). Volgens CIS-directeur Wim Udenhout wordt in deze twee dagen nagegaan hoe reeds uitgewerkte plannen uitgevoerd kunnen worden en op welke wijze een beleid kan worden geformuleerd. De bewindsman wees erop dat de bewustwording een lange termijnproces is en stelde daarom voor dat wordt nagegaan hoe de totale samenleving, maar vooral de jeugd, via het onderwijs milieubewust kan worden gemaakt. "In dit kader zal er een programma, dan wel een plan moeten worden ontwikkeld om het verhoogd milieubewustzijn te realiseren. Hiervoor is uiteraard van belang dat de doelgroepen duidelijk moet worden bijgebracht wat natuur en milieu is en hen kennis en vaardigheden worden aangeleerd met betrekking tot de benutting van de esthetische en economische waarden van natuur en milieu op verantwoorde wijze", beveelt Sandriman aan. BETEKENIS Volgens Udenhout zei tijdens de workshop, die vanmiddag wordt afgesloten, dat tijd noch moeite wordt gespaard om wederom te praten over zaken die al op papier staan. Hij dankte hen die al een bijdrage hebben geleverd op het gebied van milieu en natuur in Suriname. De minister zei dat Surinamers steeds bewust moeten blijven van de betekenis van het milieu, omdat een goed milieubewustzijn preconditie is voor een duurzame ontwikkeling. Volgens hem kennen de basisscholen reeds Natuuronderwijs waarbinnen aandacht wordt besteed aan milieuonderwijs; op VOJ-scholen wordt er binnen het vak Biologie ook kennis bijgebracht over natuur en milieu, maar op VOS-scholen geldt dit alleen voor studenten die Biologie in het vakkenpakket hebben. Udenhout verklaart dat in Suriname nooit is gekomen tot daadwerkelijke uitvoer van de plannen door gebrek aan middelen en daarnaast politieke onduidelijkheden en onevenwichtigheden. Bij het formuleren van een beleid moet volgens hem rekening worden gehouden met het globalisatieproces. De CIS-directeur concludeert dat binnen dit proces winnaars en verliezers zitten. "De landen die tot de winnaars kunnen worden gerekend zijn die met een stabiele bestuursstructuur, een gezond economisch beleid en een effectief onderwijsbeleid." De volgorde is volgens Udenhout willekeurig daar het ene van het andere afhangt. "Deze landen zullen altijd profiteren van de globalisatie." Russell Mittermeyer van Conservation International Washington noemt Suriname een "uniek land" dat beschikt over een culturele diversiteit, een groot tropisch regenwoud en natuurlijke hulpbronnen. Hij pleit voor educatie en communicatie op twee niveaus. Internationaal om Suriname bekend te maken bij de rest van de wereld, zodat die weet welke de mogelijkheden in het land zijn. En op nationaal niveau om uit te leggen hoe waardevol het oerwoud is en de uniciteit daarvan. ONTWIKKELING De natuur met haar hulpbronnen moet volgens Sandriman beslist een bijdrage kunnen leveren in de ontwikkeling van Suriname. "Maar de drang naar ontwikkeling en daaraan gekoppeld het behalen van economisch voordeel zou een continue bedreiging voor onze natuur kunnen vormen. De vraag zou gesteld kunnen worden: mag dan onze natuur niet als bron van economische ontwikkeling dienen? Als antwoord kunnen wij zeggen: zeker mag dat; misschien moet dat zelfs." Echter moet ervoor worden gewaakt dat de ontwikkeling niet ten koste van de natuur wordt bereikt. Suriname behoort volgens Sandriman, als wordt gekeken naar het natuurlijk milieu en de biodiversiteit, tot één van de weinige landen waar de natuur nog goed in tact is.Hij verklaart dat een goed milieubewustzijn en duurzame ontwikkeling goed aansluiten op de definitie van Conservation International dat duurzame ontwikkeling gezien kan worden als het bevredigen van de behoeften van de hedendaagse mens zonder die van de toekomstige generaties in gevaar te brengen. Deze definitie sluit volgens de onderwijsminister ook geheel aan op het besluit van de VN-conferentie over Milieu en Ontwikkeling in Rio de Janeiro. Op die conferentie zijn vooral de overheden bijzondere verantwoordelijkheden opgedragen waarbij een aantal prioriteiten is gesteld, zoals het produceren van een eigen overzicht van biodiversiteit met vermelding van de bedreigde soorten en het ontwerpen van een strategie van duurzame ontwikkeling. Daarnaast was de aandacht ook gericht op het behoud van de aanwezige biodiversiteit. Hoewel ter behoud van de biodiversiteit de overheid een centrale rol toebedeeld krijgt, is volgens Sandriman dit in principe een aangelegenheid van de totale Surinaamse gemeenschap en zelfs van de wereldgemeenschap. Bron: De Ware Tijd, 30 november 2000 |