Free Web Hosting Provider - Web Hosting - E-commerce - High Speed Internet - Free Web Page
Search the Web

IVISEP - Nimos moet opzet olierampen bestrijdingsplan coördineren

Instituut voor Islamitische Studies en Publicaties
[Home] [Artikelen] [Nieuwsbladen] [Interreligieus] [Milieu] [Andere sites] [E-mail]



NIMOS MOET OPZET OLIERAMPEN BESTRIJDINGSPLAN COÖRDINEREN

Het Nationaal Instituut voor Milieu en Ontwikkeling in Suriname (Nimos) moet een grote inventarisatie plegen bij alle instanties en bedrijven die te maken kunnen hebben met de bestrijding van een eventuele olieramp. Het instituut zal als katalysator al deze belanghebbenden bij elkaar moeten brengen en ervoor zorgen dat de taken bij het uitvoeren van een nationaal olierampenbestrijdingsplan duidelijk zijn.

Deze aanbevelingen en suggesties zijn gisteren gedaan aan het eind van de workshop Het initiëren van de totstandkoming van een National Oilspil Continency Plan. Het Nimos had de bijeenkomst georganiseerd. Bij de inventarisatie moet niet alleen vastgelegd worden welke infrastructuur de verschillende instanties hebben, maar ook waarvoor ze wordt gebruikt en welke haar specifieke taken zijn bij het bestrijden van eventuele olierampen. Verder moet ook worden nagegaan waarom in het verleden initiatieven om te komen tot een Nationaal Olierampen Bestrijdingsplan op niets zijn uitgelopen. De aanbevelingen en suggesties zullen worden samengevat en aangevuld met suggesties en bevindingen van de Rempeitc-Carib-consultant Louis van Schaik. Ze zullen worden aangeboden aan de relevante ministeries en potentiële belanghebbenden waaronder de brandweer, politie, het Nationaal Leger en de verschillende oliemaatschappijen. Een suggestie naar de overheid zal zijn om een interdepartementale commissie samen te stellen die, mede op grond van de aanbevelingen en suggesties, moet komen tot een olierampenbestrijdingsplan. Van Schaik is regionaal consultant van Rempeitc-Carib (Regional Marine Pollution Emergency, information and training Centre Wider Caribbean). Hij behandelde in zijn eerste inleiding de verschillende internationale verdragen en overeenkomsten over olierampenbestrijding en de mogelijkheden die het verdrag inzake Oil Pollution Preparedness, Response and Co-operation (OPRC Conventie) biedt. Zijn bezoek aan Suriname moet gezien worden in het kader van het actieplan voor 2000/2001 van de Rempeitc-Carib ter aanmoediging van een brede ondersteuning van de OPRC Conventie en het assisteren van landen in het actualiseren van de nationale en regionale olierampenbestrijdingsplannen. Een ander doel van zijn bezoek is ondersteuning bij de implementatie van deze plannen. Zijn bevindingen en conclusies zullen in het eventueel op te zetten nationaal olierampenbestrijdingsplan worden meegenomen.

KATALYSATOR

Nimos-directeur Soetjipto Verkuil zegt dat het geenszins de bedoeling van het instituut is om het plan zelf uit te voeren, besluiten te nemen of een leidinggevende rol in het geheel te spelen. Die rol zit al vast binnen de structuren van de verschillende ministeries. Hij benadrukt dat er een coördinatie moet komen tussen alle potentiële response- en leidinggevende instanties. Die rol ziet hij wel weggelegd voor het Nimos. In het verleden zijn er al door Staatsolie initiatieven genomen om te komen tot een nationaal olierampenbestrijdingsplan, maar door gebrek aan coördinatie is alles in de soep gelopen. Als katalysator in het geheel moet het Nimos nu alle actoren bij elkaar brengen en duidelijke afspraken maken over de taken die zij zullen moeten vervullen bij het eventueel uit te voeren olierampenbestrijdingsplan. Verkuil begrijpt dat de aan te bieden aanbevelingen in lijn moeten liggen met het beleid van de ministeries. Hij is bang dat er anders een competentiestrijd kan losbarsten tussen de verschillende departementen. "Wij willen alleen dat er eindelijk een nationaal 'Oil Spil Contingency Plan' komt, want daar gaat het er bij ons om." Als dit plan er eenmaal is, zal de taak van het Nimos een controlerende zijn en eventueel zal er, waar nodig, gezocht kunnen worden naar fondsen voor institutionele versterking van de belanghebbenden.

FONDSEN

Ter verwerving van fondsen om het plan verder te financieren, denkt Verkuil aan het verhogen van de accijnzen op de import van olie. Suriname kan ook internationale financiële hulp krijgen, maar dan moet het land het OPRC-verdrag ratificeren. Dit verdrag biedt de mogelijkheid om assistentie te geven aan landen op het gebied van institutionele versterking door het verzorgen van trainingen en workshops. Ten aanzien van een eventuele olieramp of een 'oliedump', zou gebruik gemaakt kunnen worden van de mogelijkheden van de Cleaning Caribbean Corporation (CCC). Deze internationale privé-instantie rukt dan gelijk na de ramp uit, maar de gemaakte kosten moeten door de overheid worden vergoed. Aangezien alle oliedistributiebedrijven in Suriname via hun moedermaatschappij lid van het CCC zijn , kan het voorkomen dat de kosten uitblijven. Ook Staatsolie is lid van de CCC. Tijdens de workshop werden ook inleidingen verzorgd door Glen Sairras, productie manager van Staatsolie. Hij gaf inzicht in de opzet en werking van het olierampenbestrijdingsplan bij Staatsolie. Willem Palman behandelde onder meer de taken en doelen van de Maritieme Autoriteit Suriname (MAS) op het gebied van de scheepvaart en besprak de rol die het bedrijf speelt bij het oplossen van milieuvraagstukken.

De Ware Tijd, 17 februari 2001


STAATSOLIE WERKT AAN PREVENTIE OLIELEKKAGES

Elke olielekkage moet onmiddellijk zo goed en zo snel mogelijk worden opgeruimd en de oorzaak van iedere oliemors moet nauwgezet worden on-derzocht om herhaling te voorkomen, zegt Marius Nandlal, manager health safety Environment & Quality van Staatsolie. Dit bedrijf produceert ruwe olie, diesel, stookolie en heavy vacuum gas oil.

De filosofie bij dit bedrijf is, om bij de oliewinning en productieactiviteiten, onherstelbare schade aan het milieu tot een uiterst minimum te beperken. De preventie van olielekkages neemt daarbij een belangrijke plaats in. Ongecontroleerde olielekkages kunnen namelijk veel schade aanrichten aan grondwater en bodem, en ecosystemen uit balans halen. Volgens deskundigen is 1 liter olie al genoeg om 1 miljoen liter drinkwater te verontreinigen. Vooral diesel kan een grote boosdoener zijn, omdat hierin benzeen voorkomt, een aromatische koolwaterstof, waarvan reeds is aangetoond dat ze kankerverwekkend is. Het Nationaal Instituut voor Milieu en Ontwikkeling in Suriname (NIMOS) beweerde onlangs in een persbericht over de enorme diesellekkage bij de Texaco aan de Derde Rijweg, dat diesel in bepaalde omstandigheden de vruchtbaarheid van de grond kan verhogen. In tegenstelling tot deze bewering, vindt Nandlal dat het te allen tijde voorkómen moet worden dat diesel in de bodem terecht komt, omdat dit grote problemen kan veroorzaken, bijvoorbeeld verontreiniging van drinkwater en bodemverontreiniging. Sommige planten kunnen heel goed groeien op plekken waar eens olie gemorst is. Ze zien er in heel korte tijd groener en groter uit, maar zijn niet geschikt voor consumptie, omdat het kan vóórkomen dat de in de olie aanwezige zware metalen door de plant kunnen worden opgenomen en opgeslagen. Zo een plant is bijvoorbeeld de waterhyacint.

PREVENTIE

Het is volgens Nandlal bij de oliewinnings- en productie-industrie niet ondenkbaar dat zich oliemorsen zullen voordoen. ,,Wij zijn ons terdege bewust van de risico’s van onze activiteiten. Waar het om gaat is dat je op calamiteiten in het bedrijf goed voorbereid moet zijn en een goed uitvoerbaar actieplan klaar moet hebben om effectief en efficiënt bij calamiteiten te kunnen optreden teneinde de negatieve gevolgen tot een uiterst minimum te beperken. Preventie is natuurlijk ideaal.”

Staatsolie beschikt sedert begin jaren negentig over een Oil Spill Contingency Plan. Dit plan bevat een risico-analyse van oliemorsen die kunnen optreden bij de diverse activiteiten van Staatsolie en directieven over de te nemen stappen om de oliemors op efficiënte en effectieve manier te bestrijden. Ook bevat dit plan een overzicht van zaken die direct schade zouden kunnen ondervinden van een oliemors. ,,Wij weten dus ook aan welke zaken speciale aandacht en bescherming gegeven moet worden ten tijde van een calamiteit.”

Staatsolie heeft met de buurtbe-woners en met de mensen die langs de pijpleidingen wonen een goede verstandhouding. Zodra die enigszins het vermoeden hebben dat er ergens een lekkage is, wordt het bedrijf direct op de hoogte gesteld. Het beschikt over een goed getraind Oil Spill Response Team, dat regelmatig oefeningen houdt om de alertheid optimaal te houden. Het bedrijf beschikt ook over een goed assortiment aan middelen en materieel om oliemorsen te bestrijden en is lid van de Clean Caribbean Cooperative. Deze organisatie beschikt over adequate expertise en materieel om lidbedrijven te assisteren bij de bestrijding van grote oliemorsen. Preventie van oliemorsen en andere milieueffecten begint bij Staatsolie reeds in de planningfase van activiteiten. Er worden milieueffecten-studies uitgevoerd van nieuwe uitbreidingsprojecten. Ook bij de toepassing van oliewinnings- en productietechnieken speelt de bescherming van het milieu een belangrijke rol.

Staatsolie houdt volgens Nandland terdege rekening met het milieu en vindt de zorg voor het milieu belangrijk bij de uitvoering van haar bedrijfsactiviteiten.

De West, 20 februari 2001