|
Instituut
voor Islamitische Studies en Publicaties |
SURINAMERS SCHIETEN OP ALLES EN VANGEN ALLES Veel Surinamers trekken de bossen in en gaan
de zee op en slaan geen acht op wettelijke regelingen die bepaalde dieren en
vissen beschermen. "Ze schieten op alles dat beweegt", zeggen
jachtopzieners bij de Dienst Natuurbeheer.
Bovendien zijn de gebieden in tegenstelling tot enige jaren terug — vóór de binnenlandse oorlog — toegankelijker geworden. Mensen die er naar toe gaan investeren veel geld (brandstof, voeding) en als ze ter plekke zijn, schieten ze "op alles dat beweegt" om zodoende hun kosten te compenseren. Dit blijkt uit een gesprek met Hierdainarain Gobind, Ashokkoemar Pherai, Roy Ho Tsoi en Romeo Lala, alle vier jachtopzieners bij Natuurbeheer. Zij voegen er aan toe dat er jagers zijn die zich strikt aan de regels houden, maar dat het overgrote deel echt op alles schiet. De aantallen zijn afhankelijk van waarop jacht wordt gemaakt. Als voorbeeld wordt genoemd de pingo, die in groepen leeft. Komt een stroper zo’n groep tegen, dan wordt makkelijk veel meer dan slechts één pingo neergeschoten. Ook de snip is een vogelsoort die bij duizenden tegelijk op het strand voorkomt en ook in vele aantallen wordt neergeknald. Een hert daarentegen is een dier dat vaak alleen is, waardoor van dit dier niet veel tegelijk worden gedood. De jachtopzieners merken op dat vaak afgeschoten dieren worden achtergelaten om te verrotten, omdat de jagers of stropers niet over voldoende vervoer beschikken om die mee te nemen.
BOETES
Sedert 1986 zijn de jachtgelden niet verhoogd, terwijl de boetes vanaf 1981 hetzelfde zijn gebleven. Echter zijn reeds voorstellen gedaan om beide zaken aan te passen. Bij de aanhouding van een stroper wordt een inbeslagnameformulier ingevuld, waarop onder meer wordt aangegeven of de overtreder een geweer, wild of vis bij zich had. Hij wordt opgeroepen voor nader verhoor bij de jachtopziener, die tevens buitengewoon agent van politie is. Aan de hand van de aard van de overtreding wordt in overleg met de procureur-generaal de boete vastgesteld. Thans is de boete op maximaal tienduizend gulden bepaald. Gaat het echter om een grote partij, dan wordt de zaak overgeheveld naar de afdeling Fraude en Economische Delicten van het Korps Politie Suriname. Bij een economisch delict — hierbij zijn de spullen niet voor eigen gebruik, maar was het de bedoeling van de stroper om het in de handel te brengen — is de boete maximaal een half miljoen gulden bij een onopzettelijke overtreding (of zes maanden hechtenis) en een miljoen gulden bij een opzettelijke overtreding (of een jaar hechtenis). De jachtopzieners denken dat strengere maatregelen, zoals het verhogen van de boetes, het verlies van het jachtgeweer of het intrekken van de vergunning er mede toe kunnen leiden dat het in groten getale afmaken van bepaalde diersoorten wordt tegengegaan. Met de militaire politie, de douane, het Parket en het Nationaal Leger bestaat een goede samenwerking. Bij een controlebezoek aan Galibi onlangs, heeft het leger twee manschappen meegestuurd ter assistentie. Benadrukt wordt dat de controle op zee een verantwoordelijkheid is van het ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij, en niet specifiek die van de afdeling Natuurbeheer. Deze dienst mag wel de controle op zee uitvoeren, maar dit is niet een van haar directe taken. Bovendien is de dienst er niet voor uitgerust.
TE WEINIG
Natuurbeheer telt op dit moment twintig actieve jachtopzieners, die in feite over geheel Suriname moeten opereren. Dat aantal is sowieso te weinig. Bovendien kampen de mensen met andere problemen zoals geen of gebrekkig vervoer, weinig middelen en geld, terwijl ook geen overuren worden uitbetaald. Toch wordt met man en macht geprobeerd de werkzaamheden zo goed mogelijk uit te voeren, vaak met gevaar voor eigen leven, omdat stropers veelal gewapend zijn en soms ook in beschonken toestand verkeren. De vier jachtopzieners ontkennen dat stropers die betrapt worden zonder meer vrijuit naar huis gaan. Wat wel gebeurt, is dat in veel gevallen preventief en opvoedend wordt gewerkt. Als bijvoorbeeld blijkt dat iemand onopzettelijk en door onwetendheid een overtreding heeft begaan, dan wordt met die persoon gesproken, waarbij veelal voorlichting wordt gegeven en de overtreder op het hart wordt gedrukt zich niet meer aan zoiets te bezondigen. In het geval waarbij personen drie levende zeeschildpadden en vijftigduizend krapé-eieren bij zich hadden (het vorig jaar), blijkt dat de overtreders geverbaliseerd zijn en de boetes zijn betaald in overleg met het Parket. De dieren zijn dezelfde dag nog vrijgelaten nabij de monding van de Surinamerivier. De eieren zijn in het openbaar verkocht en de opbrengst is in ‘s lands kas gestort. Overigens worden bij zo’n gelegenheid de eieren veel goedkoper verkocht dan ze normaal ‘buiten’ kosten.
De Ware Tijd, 17 april 2001 |