|
Instituut
voor Islamitische Studies en Publicaties |
AANLEG MILIEUVRIENDELIJKE VUILSTORTPLAATS US$ 30 MILJOEN Dumpen van afval moet volgens IBC-voorwaarden Het aanleggen van een gecontroleerde en milieuvriendelijke stortplaats volgens een in het Caribisch Gebied gepresenteerd masterplan, zou Suriname tussen de twintig en dertig miljoen Amerikaanse dollar kosten. Het land kampt nog steeds met ongebreidelde vuilstort- activiteiten, die niet alleen voor het milieu, maar vooral voor de volksgezondheid desastreus kunnen zijn. Hoewel de kosten hoog zijn, is het aanleggen van een milieu-vriendelijke vuilstortplaats een noodzaak. Gladys Sno, medewerker op het Bureau Openbare Gezondheidszorg (BOG), zegt dat bij het storten van huisvuil en andersoortig afval, het streven erop gericht is te voldoen aan de IBC-voorwaarden. Deze houden onder meer in: het Isoleren van afval ten opzichte van zijn omgeving, het zodanig Beheersen van de situatie dat verontreiniging van de bodem en het grondwater door doeltreffende voorzieningen kan worden voorkomen en het verontreinigen van de lucht en het oppervlaktewater tot een minimum wordt beperkt. Als derde punt moet er een zodanige Controle op eventuele emissies naar de bodem, het grond- en oppervlaktewater en de lucht zijn, dat deze tijdig worden gesignaleerd, waardoor noodzakelijke maatregelen kunnen worden genomen om de situatie beheersbaar te houden. "Echter is in Suriname afval steeds op een ongecontroleerde wijze gestort, waarbij er geen sprake is van verwerking. Afval wordt gewoon gedumpt en verspreid over het landoppervlak", aldus Sno. Ze bracht deze zaken vrijdagavond naar voren tijdens de workshop Een duurzame beheersing van afvalstromen als garantie voor een gezonde samenleving in hotel Krasnapolsky.
BLIJVEND SUCCES
De workshop moest een discussie op gang brengen tussen diverse personen en instanties op milieugebied. Het uiteindelijk doel is nationale consensus over de wijze waarop en de termijn waarbinnen een duurzame oplossing voor de afvalproblematiek in Suriname kan worden gevonden. Er is verwezen naar de dengue-epidemie van 1999-2000, die een direct gevolg was van aan milieu-gerelateerde gezondheidsproblemen. Één daarvan was met name het ongecontroleerd dumpen van afval. "Welzijn van de mensheid hangt af van het behoud van een gezonde biosfeer, in het bijzonder van schoon lucht, zuiver water, vruchtbare grond en de rijke verscheidenheid aan planten, dieren en ecosystemen. Minister Rakieb Khudabux van Volksgezondheid, die de opening van de workshop verrichtte, erkent dat Suriname een bewust milieubeleid moet gaan voeren gericht op het veilig stellen van een gezond en leefbaar milieu. "Dat wij er nog niet zijn mag bijvoorbeeld blijken uit de milieu-gerelateerde ziekten zoals diarree. Deze ziekten hebben in de periode 1997 tot en met 1999, 492 levens geëist en mogen nog steeds tot de tien belangrijke doodsoorzaken in ons land gerekend worden", aldus Khudabux. Verwijzend naar de laatste dengue-epidemie, zei de bewindsman dat slechts door het effectief ophalen van vuil en de verwerking daarvan, blijvend succes in de bestrijding van deze ziekte kan worden geboekt. Hij verzekerde dat de regering haar volle ondersteuning zal blijven geven aan de pogingen een praktische en duurzame oplossing te vinden voor de afvalproblematiek in Suriname. Sno wees er echter op dat er sinds 1985 veertien seminars en studies zijn gepresenteerd met dit vraagstuk als onderwerp. Concretisering van aanbevelingen is uitgebleven.
MONDIAAL PROBLEEM Frits Frijmersum van de Sescon Group onderstreepte dat de problematiek zich mondiaal voordoet in stedelijke gebieden, waar een aanhoudende concentratie van de bevolking in uitdijende metropolen de samenlevingen confronteert met ernstige financiële, bestuurlijke, inter-gouvernementele en technische problemen bij het verwijderen van vast afval. "Wij zijn dan ook geneigd om, hoewel we zeggen te praten over de problematiek van het gehele land, ons te beperken tot het stedelijk vast vuil zoals de overheid ermee omgaat. Dat zou niet juist zijn; Suriname is immers meer dan Paramaribo alleen". Frijmersum verzorgde samen met Sno, Paho-vertegenwoordiger Ton Vlugman en Henk Aal, een Nederlandse deskundige op dit gebied, een inleiding over deze problematiek en hoe die opgelost kan worden. Als wordt nagegaan wat de Surinaamse inspanningen zijn op het vlak van gecontroleerde vuilstort, dan dient ook buiten Paramaribo gekeken te worden. De moeite van particulieren moeten daarbij ook in aanmerking worden genomen. Het aanleggen van een milieu-vriendelijke vuilstortplaats is vergeleken met verbranding en compostering, verreweg de meest economische manier om met vuil om te gaan. De overheid moet zich daarom alle moeite getroosten om het op deze manier te doen. In 1990 is een aanzet gegeven voor een bedrijfsmatige structuur voor de vuilophaaldienst, dat leidde tot de oprichting van het Surinaams Afvalbedrijf (Saveb NV). De kosten hiervan werden gedekt uit de Nederlandse Verdragsmiddelen. "De wettelijke goedkeuring van de oprichting van Saveb NV en de aanname van de Afvalstoffenwet door het parlement is echter tot op heden uitgebleven", werd onderstreept. Een belangrijke voorwaarde voor een duurzame aanpak van het probleem is hierdoor afwezig. De Ware Tijd, 2 april 2001 |