|
IVISEP
nieuwsbrief, editie januari-februari 2001
'ÎD
UL-FITR BOODSCHAP IVISEP
Geachte
lezers,
Vrede
zij met u.
De Qur’ân
2:23 leert ons, dat wij dienen te vasten om ons tegen het kwaad te beschermen,
om onszelf dus te weerhouden van slechte daden. Nu de Ramadân
is afgelopen, kunnen wij ons terecht het volgende afvragen: Hoeven wij ons
dan niet meer voor het kwaad te hoeden? Het vasten is toch afgelopen?
Nee,
uiteraard is dat niet zo. Wij moeten ons altijd, ook na de Ramadân,
voor het kwaad proberen te hoeden.
De
betekenis van bovengenoemd vers is daarom niet, dat wij ons alleen maar tijdens
de vastenmaand tegen kwade handelingen
moeten beschermen. Neen, als Allâh zegt dat het vasten ons is voorgeschreven
opdat wij ons voor het kwaad zullen hoeden, dan bedoelt Hij daarmee ongetwijfeld
dat wij in de vastenmaand de discipline moeten opbouwen, om gedurende de rest
van het jaar van kwade handelingen weg te blijven.
Er is een
gezegde van de Heilige Profeet Muhammad (vrede zij met hem) waarin hij
zegt, dat gedurende de vastenmaand de poorten van de hemel wijd open zijn, dat
de poorten van de hel gesloten zijn en dat de duivels zijn vastgeketend. De
waarheid van deze overlevering zien wij gedurende iedere vastenmaand overal om
ons heen.
Het
is namelijk zo, dat de Muslims tijdens de vastenmaand extra veel goede daden
proberen te verrichten, men probeert extra gebeden te verrichten, men probeert
extra liefdadigheid te betrachten, men probeert zoveel mogelijk goede woorden te
spreken, enz. enz. Inderdaad proberen de vastenden zich extra in te spannen om
goede dingen te doen en ver weg te blijven van slechte daden.
Het is logisch
dat de vastende, door al deze goede daden te verrichten, de poorten van de hemel
voor zichzelf opent en dat hij, door ver te blijven van slechte daden, de
poorten van de hel voor zichzelf sluit. En op die manier bindt de vastende zélf
de duivels vast: die duivels zijn niets anders dan de slechte verlangens die in
hem leven en die hij dus in bedwang houdt. Dat is de wijsheid achter het
hierboven genoemde gezegde van de Profeet Muhammad (vzmh).
En
uiteraard willen wij, dat de poorten van het Paradijs altijd voor ons geopend
blijven. Uiteraard willen wij, dat de poorten van de hel altijd voor ons
gesloten blijven. En wij willen uiteraard ook heel graag, dat de duivels binnen
in ons altijd vastgebonden blijven. Dit kunnen wij bereiken door goede daden te
blijven doen en door van slechte daden weg te blijven, ook nadat de vastenmaand
is afgelopen.
Dat
is dus, zoals hierboven reeds is gebleken, ook de bedoeling van Allâh geweest
toen Hij openbaarde dat het vasten ons is voorgeschreven, zodat wij ons voor het
kwaad kunnen hoeden. Allâh legt ons hier een discipline op, een maand lang, met
de bedoeling dat wij een bepaald deel van die discipline blijven behouden na de Ramadân.
Maar goed, de
mens is zwak van geest. Zie Qur’ân 95:4-6, waarin Allâh zegt:
“Voorzeker hebben Wij de mens
in de beste vorm geschapen. Vervolgens brengen Wij hem terug tot de laagste der
lagen. Behalve degenen die geloven en goede werken doen, want zij zullen een
nimmer af te snijden beloning hebben.”
De betekenis is duidelijk: de menselijke geest neigt naar
het kwade. Dat is een natuurlijk proces, zoals alles in de natuur aan verval
onderhevig is. Maar Allâh heeft ons de gereedschappen gegeven om dat proces van
geestelijk verval tegen te gaan. Die gereedschappen zijn het verrichten van
goede daden zoals gebed, vasten, liefdadigheid, enz. Daarom is het belangrijk
dat wij ieder jaar de oefenschool in zedelijke discipline, de Ramadân
dus,
meemaken, omdat wij daardoor de gereedschappen die Allâh ons heeft gegeven om
onszelf te verheffen, steeds beter leren gebruiken.
En deze gereedschappen hebben wij hard nodig om djihâd
te
verrichten. Djihâd
wordt
vaak vertaald met “heilige oorlog”, maar deze betekenis is onjuist, omdat er
volgens de Qur'ân geen dwang bestaat in de religie (2:256). Verder leert de
Qur'ân ons dat de Muslim slechts dán geweld mag gebruiken, als er tegen hem
wordt gestreden (2:190). De ware djihâd is dan ook de strijd, die de
gelovige met zichzelf voert om de kwade verlangens in zichzelf te bestrijden. En
deze djihâd kunnen wij dus voeren middels de gereedschappen die Allâh ons daartoe
heeft gegeven, zoals gebed, vasten en vooral: het opdoen van kennis uit de
Heilige Qur’ân.
En uiteraard
hebben niet alleen de Muslims deze gereedschappen van de Almachtige meegekregen.
Volgens de Islâm bestaat er slechts één religie die steeds in etappes door de
eeuwen heen werd geopenbaard (Qur’ân 2:136), naar gelang de behoeften van de
betreffende volkeren en de betreffende tijdperken. Deze boodschap is dan ook
voor een ieder bestemd, of die nu Hindu is, Christen, Muslim, Jood, enz. enz.,
aangezien allen de gereedschappen van God hebben gekregen om op hun eigen manier
het natuurlijk proces van geestelijk verval tegen te gaan.
Wat wij met deze korte boodschap willen doorgeven is, dat
wij ook na de Ramadân (en andere religieuze hoogtijdagen zoals het kerstfeest) het
goede moeten blijven doen en ons van het kwade weg moeten blijven houden, omdat
wij alleen op die manier het natuurlijk proces van geestelijk verval, welke de
mens eigen is, om kunnen keren. Zeker in deze tijd van moreel verval waarin onze
samenleving verkeert, is het noodzakelijk de Goddelijke gereedschappen te
gebruiken om onze natie geestelijk te verheffen.
Moge de
Almachtige ons daarom de kracht geven om het goede te blijven doen en van het
kwade weg te blijven, zolang als wij op deze wereld leven.
God zij met
ons Suriname,
Hij verhef’
ons heerlijk land!
'Îd mubarak,
een zalig kerstfeest en een voorspoedig 2001 toegewenst.
'ÎD
UL-FITR, DINSDAG ... OF TÓCH WOENSDAG?
Het is ieder jaar weer een spannend moment. Zal de maan
zichtbaar zijn in de avond na de 29ste of toch in de avond na de 30ste Ramadân?
Tot
niet zo lang geleden ging de grote meerderheid van de Muslimwereld er altijd van
uit, dat de maansikkel feitelijk zichtbaar moet zijn bij het van start
gaan van de nieuwe maand. Slechts een kleine minderheid hanteerde de opvatting
dat het moment waarop de maan waarneembaar zal zijn mag worden uitgerekend,
volgens het gestelde in Qur’ân 55:5: “De zon en de maan volgen een rekening” (dus een vaste loop).
Oorzaak
van de verschillen
Laten
wij even nagaan waarom verschillende landen / organisaties vaak verschillende
dagen als het begin van de nieuwe maanmaand aangeven.
-
Sommige
landen, zoals India, Pakistan, Bangladesh, de V.S., Canada en de West Indies,
gaan uit van de werkelijke zichtbaarheid van de maansikkel.
-
Andere
landen, zoals Maleisië, Brunei en Indonesië, gaan uit van de berekening van
de positie van de maan tijdens zonsondergang in hun land. Als de maan twee
graden boven de horizon is en drie graden verwijderd is van de zon, wordt de
nieuwe maand geacht van start te zijn gegaan.
-
In
Egypte wordt de maansikkel geacht te zijn gezien, als de maan vijf minuten na
de zon ondergaat. Daadwerkelijke waarneming is daarbij niet vereist.
-
Sommige
landen volgen de beslissing van andere Muslimlanden. Syrië, Turkije en Irak
volgen vaak de beslissing van Egypte en Saudi-Arabië. De Golflanden en
sommige Europese landen volgen ook de beslissing van Saudi-Arabië.
Sjűra
Council
(Noord Amerika)
De
Sjűra Council (Noord Amerika) heeft als criterium dat zij iedere
feitelijke waarneming van de maansikkel accepteert, zolang die niet tegengesteld
is aan onbetwiste astronomische berekeningen. Met andere woorden: als iemand
beweert de maan te hebben gezien, moeten astronomische berekeningen uitwijzen
dat dat inderdaad het geval zou kunnen zijn.
Islamitische
geleerden van Saudi-Arabië, Egypte, Syrië, de V.S. en Canada hebben verklaard
dat deze methode niet tegen de regels van de Qur’ân of de gewoonten van de
Profeet Muhammad (vzmh) ingaat.
Saudi-Arabië
De
Saudi’s hanteren m.i.v. het Islamitisch jaar 1420 (vorig jaar dus) een nieuw
criterium om het begin van de maanmaand vast te stellen. De maanmaand begint
wanneer de maan ondergaat na de zon op de 29ste, dan wel 30ste dag van de
vorige maand, zoals dit vanuit Mekka wordt gezien. Merk op, dat de feitelijke
waarneming van de maansikkel wordt genegeerd. De Al-Sjűra
raad vermeldde de wijziging van de door hun gehanteerde criteria als volgt:
“Om
de aanvang van de lunaire maanden te bepalen, dienen de medewerkers tijdens de
samenstelling van de Umm Al-Qurrah kalender
(de officiële Saudische kalender) gebruik te maken van de zonsondergang vóór
de maansondergang uitgaande van Mekka, waarbij de coördinaten van de Al-Haram
moskee worden toegepast.”
Met
andere woorden: men berekent om hoe laat de zon en de maan ondergaan. Gaat de
maan vóór de zon onder, dan gaat de nieuwe maand niet van start. Gaat
de maan ná de zon onder, dan gaat de nieuwe maand van start (de maan moet dus
na de zonsondergang te ‘zien’ zijn.)
Merk
op dat volgens de Islamitische kalender de nieuwe dag niet begint om
middernacht, maar bij zonsondergang.
Wij
merken dat steeds meer landen en organisaties de wijsheid van de Qur’ân
onderkennen door middels berekening vast te stellen, wanneer de nieuwe maand van
start zal gaan. De Profeet Muhammad (vzmh) had geen andere keus dan op de
feitelijke waarneming van de maansikkel af te gaan, omdat de technologie toen
nog niet zover ontwikkeld was om die verschijning uit te rekenen.
En
als de Qur’ân vermeldt dat de zon en de maan een vaste loop volgen en wij
tegenwoordig die loop tot op de minuut nauwkeurig kunnen berekenen, waarom
zouden wij dan geen gebruik maken van de wetenschap om een eeuwenoud probleem
uit de wereld te helpen…?
DE
GEBOORTE VAN JEZUS
Met
kerst wordt door onze Christenbroeders de geboorte van Jezus Christus herdacht.
Betreffende
deze geboorte bestaan er verschillende meningen. Wel is de grote meerderheid van
de Christenen, evenals de grote meerderheid van de Muslims, ervan overtuigd dat
Jezus zonder vader ter wereld kwam.
De
Bijbel, de Qur’ân en de Hadîs (overleveringen
van de Profeet Muhammad) bevatten echter vele passages waaruit de
conclusie zou kunnen worden getrokken, dat Jezus op een natuurlijke wijze ter
wereld kwam. Enkele van deze passages zullen wij hieronder aanhalen.
De
Bijbel
“Filippus vond Nathánaël
en zeide tot hem: Wij hebben Hem gevonden, van Wie Mozes in de wet geschreven
heeft, en de Profeten, namelijk Jezus, de zoon van Jozef, van Názareth”
(Joh. 1:46).
“En
zij zeiden: Is deze niet Jezus, de Zoon van Jozef, Wiens vader en moeder wij
kennen?” (Joh. 6:42)
"Maar
wanneer de volheid des tijds gekomen is, heeft God Zijn Zoon uitgezonden,
geworden uit een vrouw, geworden onder de Wet"
(Gal. 4:4. Merk op, dat de Revised Version op blz. 1288 'geboren' vermeldt
i.p.v. 'geworden').
Wat
was deze Wet? Jezus zélf verklaarde de Wet als volgt:
“Maar van het begin der schepping heeft ze God
man en vrouw gemaakt. Daarom zal een mens zijn vader en moeder verlaten, en zal
zijn vrouw aanhangen; en die twee zullen tot één vlees zijn, also dat zij
niet meer twee zijn, maar één vlees”
(Mar. 10:6-8 e.a.).
In
de inleiding van de Brieven aan de Romeinen lezen wij:
“Van
Zijn Zoon, (die geworden is uit het zaad van David, naar het vlees; die
krachtig bewezen is te zijn de Zoon van God, naar de Geest der heiligmaking,
uit de opstanding der doden: namelijk Jezus Christus” (Rom. 1:3-4).
Verder wordt ons verteld dat Jezus
naar het Paasfeest te Jeruzalem werd gebracht toen hij twaalf jaar was. Na één
dag op hun terugreis raakte men Jezus kwijt en ging men terug naar Jeruzalem op
zoek naar hem. Men vond hem na een zoektocht van drie dagen in de Tempel
temidden van de Schriftgeleerden, hen vragen stellende en aanhorende. Het relaas
vervolgt met:
“En zij, Hem ziende, werden
verslagen; en Zijn moeder zeide tot Hem: Kind! Waarom hebt Gij ons zo gedaan?
Zie, Uw vader en ik hebben U met angst gezocht”
(Lucas 2:48-50).
In
Matt. 1:24-25 lezen wij:
“Jozef
dan, opgewekt zijnde van de slaap, deed, gelijk de engel des Heeren hem bevolen
had, en heeft zijn vrouw tot zich genomen; en bekende haar niet, totdat zij
deze haar eerstgeboren Zoon gebaard had; en noemde Zijn naam Jezus.”
De
Qur’ân
De
Qur’ân stelt in 33:62 en 35:43 dat er geen veranderingen zullen plaatsvinden
in de wetten van God:
“…
en u zult geen wijziging in de Wet Gods vinden.”
Enkele
van deze wetten betreffende het onderhavige onderwerp zien wij op verschillende
plaatsen in de Qur’ân staan:
“Waarlijk,
Wij hebben de mens uit een kleine levenskiem geschapen door vereniging (der
seksen) …”
(76:2)
“O
mensen! Wij hebben u van een mannelijk en een vrouwelijk persoon geschapen
…”
(49:13)
“Derhalve,
dat de mens beschouwe waaruit hij geschapen is; hij is geschapen uit
uitstortend water, komende van tussen de rug en de ribben.” (86:5-7)
Zoals
reeds eerder bleek, zullen de Wetten Gods nimmer veranderingen ondergaan,
waaruit wij dus kunnen concluderen dat de Profeet Jezus (vzmh) ter wereld kwam
zoals ieder ander mens. Om dit in het geval van deze grote Profeet te
benadrukken en daarmee alle misverstanden uit de weg te ruimen, vermeldt de
Qur’ân in 6:84-88 expliciet van verschillende Profeten dat zij vaders hebben
gehad:
“En
dit was Onze bewijsgrond, die wij Abraham tegen zijn volk hebben gegeven; Wij
verheffen in waardigheid wie Wij willen; waarlijk, uw Heer is Wijs, Wetend. En
Wij gaven hem Izak en Jakob; ieder hebben Wij geleid, en Noach hebben Wij
tevoren geleid, en van zijn afstammelingen, David en Sálomo en Job en Jozef en
Mozes en Aäron; en zo belonen Wij degenen die goed doen, en Zacharías en
Johannes en Jezus en Elia; ieder was van de goeden; en Ismaël en Elisa en Jona
en Lot; en ieder hebben Wij in de werelden doen uitmunten; en uit het midden
van hun vaderen en hun afstammelingen en hun broederen, en Wij kozen hen en
leidden hen naar de rechte weg.”
De
Hadîs
Toen
de Profeet Muhammad (vzmh) een Christelijke delegatie uit Nadjrân op
bezoek kreeg, had hij een gesprek met hen waarin hij onder andere zei:
“Weet
u niet dat Jezus verwekt werd bij een vrouw zoals dat normaal gebeurt, en dat
zij hem baarde zoals vrouwen over het algemeen baren, en dat hij werd gevoed
zoals kinderen over het algemeen worden gevoed? En dat hij voedsel at, water
dronk en zijn behoeften deed?”
Geen
conclusie
Wij
wensen aan de hierboven genoemde aanhalingen uit de Bijbel, de Qur’ân en de Hadîs geen conclusie te verbinden. Evenals er aanhalingen
zijn die stellen dat de Profeet Jezus (vzmh) via de normale weg ter wereld kwam,
zijn er vele aanhalingen waaruit men concludeert dat zulks niet het geval was.
Het is niet noodzakelijk dat er één mening bestaat over welk onderwerp dan
ook. Een ieder die, met de juiste intenties, zijn of haar mening kan onderbouwen
met gezaghebbende literatuur, is gerechtigd die mening te handhaven.
WANNEER
BEGON KERST EIGENLIJK?
Kerst
is pas in de tweede helft van de vierde eeuw n.C. ingevoerd. De datum daarvoor
werd gekozen ter eliminatie van een reeds lang bestaand lichtfeest, dat in het
Romeinse rijk zeer populair was, nl. het geboortefeest van de oorspronkelijk
Perzische god Mithras (god van het licht).
Er
werd door de Christenen, die de eerste 200 jaar n.C. leefden, geen kerst
gevierd. In die tijd hield niemand zich bezig met de geboortedag van het kindje
Jezus. Niet eens verjaardagen werden er gevierd; het werd als goddeloos gezien.
Maar
naarmate de Christenheid zich uitbreidde, onder heidense volkeren kwamen ook
steeds meer heidense gebruiken binnen de leefwereld van de Christenen. Romeinen
die gewend waren hun verjaardag te vieren, stopten daar niet altijd mee nadat ze
bekeerd waren tot het Christendom.
In
221 na Christus kwam Julius Africanus, een belangrijk Romeins legerofficier en
vriend van koningen en keizers, als eerste met het idee om de gedenkdag van de
geboorte van Jezus Christus op 25 december te vieren, terwijl zij meenden dat
Jezus in de vierde maand geboren was.
Hij
koos deze datum omdat op diezelfde dag ook al een feest gevierd werd ter ere van
hun god Mithras. Hoewel dit niet in goede aarde viel bij de bisschoppen, kreeg
het idee om de geboorte van Jezus te vieren steeds meer ingang in de toenmalige
Christelijke wereld.
De
fout die hier gemaakt werd, was dat er geen rekening gehouden werd met het
verschil in Joodse lunaire maanden, berekend volgens de loopbaan van de maan en
Europese solar manden, berekend volgens de omlooptijd van de zon. Ook de maanden
lopen niet gelijk. De eerste Joodse maand ‘Nisan’ begint in onze derde maand
maart.
Theologen
dachten dat de vierde maand waarin zij meenden dat Christus geboren was,
hetzelfde was als de vierde maand van hun eigen kalender. Anderen kwamen door
dit soort rekenfouten uit op bijvoorbeeld 20 april. Zo werd de geboorte van
Christus bij de verschillende volkeren gevierd op dagen die voor hen zelf goed
uitkwamen. Pas rond het jaar 300 n.C. probeerde men de datum van 25 december
algemeen te maken.
En
in 354 n.C. werd door paus Liberius (paus van 352-366) d.m.v. een decreet
gesteld dat op 25 december de geboorte van Jezus gevierd zou worden met een
speciale kerstmis. De oosterse roomse kerken gaven hier geen gehoor aan en
vieren tot op heden kerst op 6 december.
In
het begin ging het om de geboortedag van Jezus, die wel of niet herdacht moest
worden. Men kwam overeen dat kerst wel gevierd zou worden, maar nu de vraag:
wanneer?
Het
werd 25 december en tot heden wordt de geboorte van Jezus op deze datum
herdacht.
Maar
alleen wordt door velen nu op de eerste plaats gedacht aan dineetjes, cadeautjes
en mooie kleren en niet aan het kindje Jezus, dat wordt herdacht. Dat staat
tegenwoordig op de tweede plaats. Dit zou eigenlijk precies omgekeerd moeten
zijn. Dus als u met kerst naar de kerk gaat, probeer er even bij stil te staan
waarom je dat doet, dan zal het misschien een zaliger kerst voor u worden.
Bron:
De Ware Tijd, 22 december 2000
Aanvulling
uit de Qur’ân
De
Qur’ân en de Bijbel over de periode van Jezus’ geboorte
Volgens
de Qur’ân is Jezus in het zomerseizoen
geboren, aangezien er rijpe dadels aan de bomen hingen. Zie 19:23-25:
“En
de barensweeën dwongen haar (Maria) zich naar de stam van een palmboom te
begeven. Zij zei: O, dat ik hiervoor ware gestorven en iets ware, dat ganselijk
vergeten was! Toen riep een stem van beneden haar haar toe: Treur niet,
waarlijk, uw Heer heeft een beek beneden u doen stromen, en schud de stam van
de palmboom naar u toe; die zal verse rijpe dadels op u laten vallen.”
Volgens
de Bijbel (Lucas 2:8-12) hielden de herders
tijdens de geboorte van Jezus in de nacht de wacht over hun kudde. En aangezien
volgens het Hooglied 2:11 de winter bestaat uit plasregens, kunnen we
concluderen dat de herders in de winter niet buiten zouden zijn geweest met hun
schapen. Deze conclusie wordt ook getrokken door Encyclopaedia Brittannica
(1907, vol. V, pag. 611).
HET
BELANG VAN JEZUS VOOR DE MUSLIMS
Zoals
bekend viert op 25 en 26 december vrijwel de gehele Christelijke wereld het
kerstfeest. Kerstmis is de dag waarop de Profeet Jezus (vzmh) verondersteld
wordt te zijn geboren.
In dit
artikel zullen wij het hebben over het doel van de komst van de Profeet Jezus.
Waarom is deze Profeet op aarde gekomen? Deze vraagt hangt natuurlijk nauw samen
met de vraag waarom God Zijn boodschappers naar de mensen stuurt. In het
algemeen kan men zeggen dat alle Profeten werden opgewekt om leiding te brengen
ter hervorming en reiniging van hun respectievelijke volken. Dit is de
hoofdopdracht van elke Profeet. Omdat alle Profeten hun leiding van God hebben
ontvangen en zij allen Zijn eenheid hebben verkondigd, maken wij Muslims geen
onderscheid tussen de Profeten. Alle Profeten zijn voor de Muslims gelijk. Wel
zijn er verschillende graden onder de Profeten; sommige zijn verheven boven
anderen. En de verschillende Profeten hadden ook zo hun eigen bijzonderheden,
hun eigen speciale opdrachten. Zo zijn er bijvoorbeeld waarschuwende Profeten
geweest. Profeten die de ondergang verkondigden van hun volken, omdat zij niet
wilden luisteren. De Profeet Lot was een waarschuwende Profeet en zo ook de
Profeten Noach en Sâlih. Er zijn ook vertolkende Profeten geweest, Profeten die
een boodschap overbrachten door iets uit te beelden, zoals Jeremia, die de
kruiken kapotsloeg en met een juk rondliep. Er zijn Profeten geweest als
dromenuitleggers, zoals Daniël en Jozef. Er zijn Profeten geweest die hun volk
hebben bevrijd uit de handen van onderdrukkers, zoals Mozes. Er zijn
koningsprofeten geweest die als heersers waren gemaakt over hun volken, zoals
Saul en David. Maar in het algemeen kan men zeggen dat een Profeet een zekere
mate van leiding brengt tot de mensen.
Wat was
nu de bijzonderheid van de Profeet Jezus? De komst van Jezus is nauw verbonden
met de komst van de Profeet Mozes (vzmh). Mozes bracht als eerste Profeet
leiding tot het Joodse volk. Na Mozes onstond er een opvolgersschap van Mozes,
bestaande uit boodschappers om de leiding voor het Joodse volk te vervolmaken.
De wet van Mozes was immers wel volmaakt voor zijn volk op dat moment, maar
vanwege de veranderingen van de tijd en de verandering van de behoeften en
omstandigheden van het volk moest die leiding steeds aangepast worden. Na Mozes
kwamen er dus steeds Profeten als zijn opvolgers en de laatste, en één der
grootste uit die keten van Profeten, was de Profeet Jezus, die in feite de
leiding van Mozes voor het Joodse volk moest voltooien. Aldus bracht Jezus
bepaalde veranderingen aan in de wet van Mozes. De strenge wet der vergelding
(oog om oog, tand om tand) verlichtte hij in de wet der verzoening (slaat iemand
u op uw wang, keer hem ook de andere toe). Hij bracht ook verandering aan in de
wet der echtscheiding en in andere wetten. Dit alles dus ter hervorming van het
Joodse volk en ter voltooiing van de wet van Mozes.
Hierin
ziet men dus een bijzonderheid van Jezus, de laatste Profeet uit het
opvolgerschap van Mozes.
Maar de
belangrijkste opdracht van Jezus was het brengen van leiding en deze leiding, of
openbaring, van de Profeet Jezus is dermate verheven en heeft zo een hoge
status, dat het door de Qur'ân Indjîl
wordt genoemd. De Indjîl van Jezus is
geen geschreven boek, zoals wordt verondersteld. Het zijn niet de vier Bijbelse
evangeliën. Echter zijn de betekenissen van de woorden evangelie en Indjîl gelijk. Het woord ‘evangelie’ is afgeleid van Indjîl, hetgeen ‘blijde boodschap’ betekent.
De
Profeet Jezus had dus, behalve de voltooiing van de Joodse wet en het geven van
bepaalde waarschuwingen, ook een zeer speciale blijde boodschap. Wat was deze
bijzondere blijde boodschap? In de Bijbel lezen wij:
“Nog
veel heb ik u te zeggen, maar u kunt het thans niet dragen, maar wanneer hij
komt, de Geest der Waarheid, zal hij u de weg wijzen tot de volle waarheid.”
(Joh. 16:12-13).
Jezus
voorspelt hier dus de komst van een Profeet na hem. En wij vragen ons uiteraard
af: wie is deze Profeet die tot de volle waarheid zou leiden en datgene zou
zeggen wat Jezus niet kon zeggen?
In de
Qur'ân (61:6) leest men het volgende:
“En
toen Jezus, de zoon van Maria, zei: O kinderen Israëls! Waarlijk, ik ben de
boodschapper van Allâh tot u, bevestigende datgene wat vóór mij is van de
Thora en de blijde tijdingen gevende van een boodschapper, die na mij zal
komen, wiens naam Ahmad is.”
De naam
van deze Profeet na Jezus is dus Ahmad en dit is niets anders dan de
tweede naam van Muhammad (vzmh). Deze twee namen kreeg hij bij zijn
geboorte, de namen die tevoren nog nooit aan enige sterveling waren gegeven.
Dit
was dus de blijde boodschap van Jezus, nl.: ik kan u niet alles vertellen, want
ik ben slechts een Profeet tot het volk Israëls, maar straks zal een Profeet
komen die een genade zal zijn voor de gehele wereld. Hij zal u alles vertellen
en hij zal de Profeet zijn voor alle volkeren, alle rassen, alle naties. Met hem
zal de leiding voltooid worden en met hem zal Allâh Zijn religie voor de
mensheid kiezen en vervolmaken en zijn naam zal Ahmad (Muhammad)
zijn. Dit is de blijde boodschap van Jezus, dit is zijn evangelie, zijn Indjîl
en het feit dat er tussen Jezus en Muhammad geen Profeet is geweest,
wijst erop dat juist op Jezus in het bijzonder de taak berustte om de komst van
de Profeet van de Islâm te verkondigen. En het is in deze gezegende maand Ramadân dat de profetie van Jezus tot vervulling ging, want in deze
maand werd Muhammad tot het Profetenambt verheven.
KERSTWEETJES
Kerstboom
Het
behoeft geen uitleg dat de kerstboom wel het belangrijkst is met kerst. Een
kerst zonder kerstboom is volgens veel mensen geen echte kerst. Deze stelling
betreft ook Christenen die tegelijkertijd beweren dat kerst alleen maar om het
kindje Jezus gaat. Hoe kan het dan dat de viering van de geboorte van Jezus
Christus zo verbonden is met de kerstboom? Heel eenvoudig. De kerstboom was er
al voordat Jezus geboren was. Het gebruik van een kerstboom, compleet met
pakjes, was al meer dan duizend jaar vóór Christus in gebruik bij de heidense
godsdiensten. Al ver vóór de geboorte van Jezus hakte men in het bos rond 25
december een dennenboom en versierde men die. In Egypte bijvoorbeeld was de
heilige boom de dennenboom en de god was Baal-Berith (de heer van de den). Het
heeft tot de 17de eeuw geduurd voor de dennenboom algemeen geaccepteerd werd als
kerstritueel.
Kerstkransen
In
de voorgaande eeuwen werd de (kerst)krans gebruikt als bescherming tegen boze
geesten, ter ere van de god Mithras en later als lauwerkrans die gegeven werd
aan de overwinnaar. Kransen waren dus ook al honderden jaren vóór Christus een
gebruik. Tegenwoordig heeft het zijn nut als kerstversiersel.
Kerstballen
Eén
van de dingen die we in de kerstboom hangen zijn mooie, glimmende kerstballen.
Ook deze ballen bestaan al lang, vooral de transparante soort dateert van meer
dan 300 jaar geleden. Toen stonden ze bekend als ‘heksenballen’ en werden
gebruikt om vervloekingen, boze geesten en ongeluk af te weren. Men geloofde
toen dat de geesten gehypnotiseerd raakten door de schittering van de bal en als
de geest de bal aanraakt, raakt hij erin gevangen.
Het
is opmerkelijk, dat de meeste kerstattributen te maken hebben met het tegengaan
van onheil en het aantrekken van voorspoed en geluk en dat ze in vroegere jaren
een heel andere betekenis hadden dan tegenwoordig.
Bron:
De Ware Tijd, 22 december 2000
HET
ISRAËLISCH-PALESTIJNS CONFLICT
Een
historisch overzicht
1917:
Britse Balfour-declaratie belooft een nationaal tehuis voor het Joodse volk in
het Brits mandaatgebied Palestina.
1947:
Resolutie 181 van de VN-Veiligheidsraad beveelt aan een onafhankelijke Arabische
en een Joodse staat te stichten en een internationale regeling voor Jeruzalem te
maken.
1948:
Onafhankelijke staat Israël uitgeroepen; eerste Arabisch-Israëlische oorlog.
750.000 Palestijnen komen terecht in VN-kampen.
1964:
Oprichting Palestijnse Bevrijdingsorganisatie (PLO).
1967:
Zesdaagse Oorlog. Israël bezet de Westelijke Jordaanoever, de Gazastrook en
Oost-Jeruzalem. Een half miljoen nieuwe vluchtelingen. Veiligheidsraad neemt
resolutie 242 aan: oproep tot Israëlische terugtrekking uit de Bezette Gebieden
en erkenning van het bestaansrecht van alle staten in de regio.
1973:
Jom Kippoer-oorlog. VR-resolutie 338: oproep tot staakt-het-vuren en tot de
onmiddellijke naleving van resolutie 242. PLO voert inmiddels guerilla-oorlog
tegen Israël.
1982:
Israël dwingt PLO Zuid-Libanon te verlaten. PLO-hoofdkwartier verhuist naar
Tunis.
1987:
Palestijnse volksopstand, de Intifada, in de Bezette Gebieden.
1993:
‘Oslo-1’: beperkte vorm van Palestijns zelfbestuur in de Gazastrook en
Jericho. Op 4 mei 1994: oprichting van de Palestijnse Autoriteit (PA).
‘Oslo-2’ uit 1995 regelt uitbreiding van de Palestijnse autonomie,
Palestijnse verkiezingen en terugtrekking van het Israëlische leger uit steden
in de Westelijke Jordaanoever. Vanaf 1996, onder Likud-premier Netanyahu, lopen
onderhandelingen steeds moeizamer. Het ‘Hebron-akkoord’ (1997) leidt tot
gedeeltelijke Israëlische terugtrekking uit een deel van Hebron en de
ondertekening van het ‘Wye-Memorandum’ in oktober 1998. de implementatie
daarvan stagneert.
1999:
Ehud Barak (Arbeiderspartij) nieuwe premier van Israël. Onderhandelingen in
Camp David in juli 2000 mislukken. De voornaamste onderwerpen: Jeruzalem, de
nederzettingen, de onderlinge grenzen, veiligheidskwesties, het
vluchtelingenvraagstuk, de waterproblematiek en de overdracht van bezette
gebieden door de Israëlische autoriteiten aan de Palestijnse Autoriteit.
Momenteel
heeft de PA de volledige of gedeeltelijke controle over circa 37 procent van de
Westelijke Jordaanoever en 60 procent van de Gazastrook.
Bron: maandblad
'Internationale Samenwerking', editie oktober 2000
|