|
Instituut
voor Islamitische Studies en Publicaties |
EGYPTE KAN MODERNE TIJD NIET LANGER BUITEN DE DEUR HOUDEN Egypte
is vol van God. Zestig miljoen moslims leven er, net als zes miljoen koptische
christenen, in Zijn haast tastbare nabijheid. Twaalf portretten van 'slands
religieuze smaakmakers. Vandaag de laatste aflevering: de koptisch-katholieke
jezuïet Christiaan van Nispen: ,,Het oneindige in de religie is uiterst
dichtbij.'' Christiaan
van Nispen tot Sevenaer (62) zat eens in een taxi, en er ontstond een gesprek,
zoals dat in Egypte heel gebruikelijk is. ,,Ben
jij niet getrouwd? Hoe kan dat nou'', vroeg de oprecht verbaasde chauffeur. ,,Ik
probeer te leven zoals Jezus - een afspraak tussen mij en God.'' ,,Ah'',
zei de man, ,,een afspraak met God. Dan snap ik het.'' Heel
Egypte leeft op afspraken met God. Misschien is het wel daarom dat jezuïet
Christiaan onmiddellijk verliefd werd op dit land, toen hij er begin jaren
zestig aankwam. ,,God is hier heel belangrijk, en zo is het altijd geweest. Van
de Oudegyptische beschaving zijn uitsluitend religieuze bouwwerken bewaard
gebleven. Alleen wat met de andere dimensie te maken had, bouwde men duurzaam.
Wereldse zaken zoals paleizen mochten vergaan.'' ,,De
modernisering die Egypte de laatste twee eeuwen heeft ondergaan, heeft niet tot
een secularisering geleid zoals in het Westen. Twijfel aan heilige geschriften
is zowel bij moslims als bij christenen elitair. Dat komt ook door het
onderwijs. Daar wordt nog ouderwets gestampt. Vragen zijn onbelangrijk, alleen
antwoorden tellen, en die worden uit het hoofd geleerd. Dat werkt door in de
rest van het leven. Als christenen zich op het gebied van religie al vragen
stellen, dan worden die opgeworpen door de islam: als God mens geworden is, ging
hij dan ook naar het toilet? De sfeer is polemisch. Christenen hebben
onmiddellijk hun antwoord klaar. Wezenlijker vragen krijgen geen kans. Zo wijst
de koptische paus Shenouda III bijbelkritiek van de hand.'' De
vraag naar modernisering binnen de islamitische theologie heeft Van Nispen
altijd beziggehouden. Negentien jaar werkte hij, met tussenpozen, aan een
proefschrift over het koran-commentaar van Manar, waarop hij in 1987 in Parijs
promoveerde. Dit commentaar uit het begin van de vorige eeuw wil de betekenis
van de Koran voor de moderne wereld aantonen. ,,Maar Manar bleek helemaal niet
zo modern. Hij stelt dat de Koran een beroep doet op de rede, en dat er daarom
geen conflict tussen de twee bestaat. Manar verstond echter heel iets anders
onder 'rede' dan de moderne wetenschap er onder verstaat - iets in de trant van
Augustinus' 'ik geloof om te kunnen begrijpen'. Wel modern was Manar in zijn
nadruk op de eigen verantwoordelijkheid en de afwijzing van fatalisme. Vanuit
een negentiende-eeuws wetenschapsbeeld werden volksreligiositeit en mystieke
broederschappen afgewezen. Maar de echte uitdaging met de moderne tijd ging dit
commentaar niet aan.'' Van
Nispen is ervan overtuigd dat Egypte deze eeuw een grote religieuze verandering
zal ondergaan. ,,De moderne tijd is niet veel langer buiten de deur te houden.
Islam en christendom zullen in de niet al te verre toekomst de traditionele
geloofsvoorstellingen serieus moeten meten aan de moderne opvattingen over de
Koran en de Bijbel.'' Vooral
de islam, die ook elders weinig moderne stromingen kent, zal volgens Van Nispen
door een diepe crisis heen moeten. ,,Dat wordt niet de eerste, wel de diepste.
Als ik moslim was, zou ik daar niet al te bang voor zijn. De modernisering van
beide geloven zal een heilzaam effect op de onderlinge verhoudingen hebben.'' In
Cairo is Van Nispen een van de gangmakers van de dialoog tussen christendom en
islam. De docent op het koptisch-katholieke seminarie houdt er lezingen over
voor beide 'partijen', en draait mee in een dialoog-groep van prominente moslims
en christenen. Ook
speelde de jezuïet indirect een rol bij de ontmoeting tussen paus Johannes
Paulus II en sjeik Tantawi van de Azhar-universiteit, het belangrijkste
instituut binnen de islamitische wereld. De
ontmoeting met iemand van een andere religie kan voor Van Nispen tevens een
ontmoeting met God zijn. ,,Ook in de ontmoeting met andere mensen zit een
geloofselement. Je gelooft in hem, en daarom maak je een stap naar hem toe, en
treed je uit jezelf. Als je dat niet kunt, kun je ook God niet ontmoeten. Met
deze radicaal nabije, is een uitermate diepe relatie mogelijk. Die relatie staat
in dienst van andere mensen.'' Soms
vindt Van Nispen de interreligieuze dialoog vooral 'vermoeiend'. ,,In die mate
dat er geen dialoog is. Dat de ander je het gevoel geeft dat jouw geloof
eigenlijk maar onzin is. Dat vind ik niet respectvol.'' ,,Degene
die we aanbidden, geloven, zoeken, is dezelfde, ondanks alle verschillen hoe we
dat doen. In termen van een woordenspel, waar ik eigenlijk wel van houd: islam
en christendom zijn twee evenwijdige lijnen. In de wiskundige theorie raken ze
elkaar in het oneindige -en dat is zo uiterst ver weg dat ze elkaar nooit zullen
ontmoeten. Het oneindige in de religie is echter uiterst dichtbij: God.'' ,,God
is geen gedachteconstructie. Je hoeft God niet eerst uit te vinden, voordat je
hem kunt ontmoeten. De ontmoeting met God is zijn initiatief. Het is de
ontdekking dat je wordt geraakt, toegesproken, bemind. Dat gaat altijd via de
liefde van mensen. Daar doorheen kun je een heel grondige liefde ontdekken, de
liefde van waaruit jij geboren bent, die je draagt, uitdaagt, roept.'' ,,Waarmee
gezegd is dat het laatste woord nooit aan de religieuze systemen is. Omdat hij
toespreekt, ontsnapt hij ook.'' ,,Het
gevaar van alle godsdienst is het dichtklappen. Het zijn niet per se
fundamentalisten die daaraan lijden'', weet Van Nispen. ,,Soms voel je bij zo'n
persoon dat hij een relatie met God heeft. Dat er niet alleen een kloppend
systeem is, maar dat hij ook naar God probeert te luisteren. Waar mensen echt in
God geloven, geven ze een plaats aan de ander.'' Bron: Trouw, 18 november 2000 |