Free Web Hosting Provider - Web Hosting - E-commerce - High Speed Internet - Free Web Page
Search the Web

Instituut voor Islamitische Studies en Publicaties
[Home] [Artikelen] [Nieuwsbladen] [Interreligieus] [Milieu] [Andere sites] [E-mail]


REÏNCARNATIE, KOSMISCHE WET VAN OORZAAK EN GEVOLG

"Het geloof van reïncarnatie is hoofdzakelijk gebaseerd op traditie, godsdienst, filosofie en mystiek. In veel ‘primitieve’ (preliterate) culturen en ook eenvoudige agrarische analfabete gemeenschappen wordt reïncarnatie als een godsdienstige leer aangehangen. De literatuur van Indische en daardoor beïnvloede godsdiensten geeft tal van voorbeelden over reïncarnatie."

Woorden van Jnan Adhin die donderdag op uitnodiging van de Bond voor Belangenbehartiging Gepensioneerden uit Overheidsdienst een presentatie hield over reïncarnatie. De lezing verzorgde hij in het Gemeenschapscentrum voor Gepensioneerden. Adhin gaf een beknopte filosofische uitleg van het onderwerp zonder in te gaan op religie en godsdienst. De vedanta (oosterse filosofie) en de daardoor beïnvloede filosofieën geven een beredeneerd geheel van kennis over leven en wereld en mens en natuur, waarbij het bestaande als één geheel wordt gezien. Adhin benadrukt dat filosofie tot aan de grenzen van het rationele zoekt naar de waarheid van dingen door wetenschappelijk onderzoek, bekende ervaringen en belevenissen. Met mystiek bedoelt hij de belevenis van de eenheid van het bestaande door een incidentele ervaring of door verruimd bewustzijn.

Hij merkt op dat de ‘georganiseerde’ semitische godsdiensten zoals het christendom, het jodendom en de islam op dogmatisch-theologische gronden fel gekant zijn tegen de reïncarnatieleer. Terwijl in de Indische cultuur het geloof van reïncarnatie een niet weg te denken onderdeel is van filosofie en godsdienst, is in de westerse cultuur sprake van gespletenheid tussen beide. Adhin geeft voorbeelden van het oude Griekse denken waarbij filosofen weinig aandacht schonken aan een spirituele wereld en reïncarnatie (Pythagoras, Plato en Plotinis). Het christendom hechtte in het begin wel geloof in reïncarnatie. Als voorbeeld haalt hij aan de Essenen (joodse sekte die rond het begin van de christelijke jaartelling bij de Dode Zee leefde). Tijdens een concilie (algemene kerkvergadering van katholieke kerken) werd het geloof in reïncarnatie van de hand gewezen.

In het moderne westen wordt reïncarnatie aangehangen door verschillende beroemde Europese en Amerikaanse filosofen en literatoren zoals Schopenhauer, Goethe, Durant en Emerson. Acteurs en andere artiesten geloven er ook sterk in. Geschat wordt dat de helft van de autochtone bevolking van Nederland in reïncarnatie gelooft. Adhin belichtte tijdens de presentatie een fundamenteel verschil tussen de westerse en oosterse filosofie. Hij stelt dat de westerse filosofie in veel gevallen theoretisch, oppervlakkig, statisch en onderverdeeld is. Er wordt gespeculeerd over waarheid en werkelijkheid, beperkt tot ratio en zintuiglijke waarneming. Er bestaat een scherpe onderscheid – zelfs vijandschap – tussen godsdienst, filosofie, mystiek, wetenschap en kunst. De oosterse filosofie daarentegen is gericht op verruiming van het bewustzijn en verwerkelijking van het zelf op basis van pragmatische aanpak. Adhin geeft aan dat reïncarnatie op drie niet-normatieve gronden en een normatieve (ethische) overweging wijsgerig en (wetenschappelijk) aanvaardbaar is:

  • empirisch, aan de hand van ervaringen van alledag met betrekking tot onbegrijpelijke en onverklaarbare verschijnselen zoals talent, ziekte en ongelijkheid in het algemeen;

  • metafysisch (ontologisch), waarbij wordt geloofd in één aldoordringende spirituele energie;

  • logisch-methodologisch, uitgaande van een streng logisch samenhangend en begrijpelijk geheel (denk aan de grafische voorstelling die lineair, maar eigenlijk cyclisch is) en normatief (ethisch) op grond van rechtvaardigheid (communicatief en distributief), geen willekeur, meerdere kansen en overbevolking van hemel en hel.

Adhin zegt ook dat er veel literatuur is over kinderen die zich hun vorige leven kunnen herinneren (spontane gevallen) waarin ze vertellen over situaties en feiten die ze door eigen ervaring of van anderen onmogelijk kunnen weten. Er is een beter inzicht verkregen doordat de empirische wetenschap zich is gaan bemoeien met een studie van dergelijke niet in het aanvaardbare wetenschappelijke raamwerk passende verschijnselen (paranormale en reïncarnatiegevallen). Wetenschappelijk verantwoord onderzoek van talrijke spontane gevallen kan tot nu toe geen wetenschappelijke verklaring geven over de niet-zintuiglijke ervaringen. Door bepaalde psychologische methoden (bewust gecreëerde regressies) zijn ervaringen aan het licht gekomen, waar niet alleen gebeurtenissen van dit leven worden verteld, maar ook ervaringen van vorige levens, soms duizenden jaren terug.
Volgens Adhin kan reïncarnatie noch wetenschappelijk noch strikt filosofisch worden ‘bewezen’. In plaats van dogmatisch geloof moet het wijsgerig geloof op gang komen. Hij stelt dat een ieder vrij moet zijn om al dan niet in reïncarnatie te geloven. "Een ieder heeft het recht om te zeggen dat hij iets niet gelooft of aanneemt, maar niemand heeft het recht te zeggen dat het niet waar is of niet bestaat."

Bron: De Ware Tijd, 25 januari 2001