|
Instituut
voor Islamitische Studies en Publicaties |
HIER EN NU IS DE VREDE AAN DE JEUGD NIET TE LEREN Solidariteit
betuigen aan plaatselijke vredesgroepen - dat was een belangrijk doel van een
delegatie van de rk vredesbeweging Pax Christi, die de afgelopen dagen Israël
en Palestina bezocht. De delegatie, onder leiding van Pax-Christivoorzitter
bisschop A. H. van Luyn van Rotterdam, hield voor Trouw een dagboek bij. De
situatie in Israël en de bezette Palestijnse gebieden is hopeloos: door de
afgrendeling van de grenzen die nu al maanden duurt, zijn de Palestijnse
gebieden in een economische crisis die van dag tot dag verslechtert. De
Palestijnse bevolking is dagelijks slachtoffer van Israëlisch geweld, nu zelfs
tot en met helikopters en raketten, ingezet tegen de Palestijnse bevolking. Aan
beide kanten leeft men in angst en niemand heeft een oplossing. Het is allemaal
erger dan we hadden verwacht. Nu
George W. Bush een stap terug gaat doen bij de vredesonderhandelingen, is de
Europese Unie volgens velen de enige het gat kan vullen. De EU heeft sinds Oslo
wel veel geld in de regio gestoken, maar politiek slechts een bescheiden rol
gespeeld. Nu is de laatste hoop gevestigd op Europa als onpartijdige bemiddelaar.
Financiële hulp van Europa is nodig, zeker in deze noodsituatie waarin vele
mensen met honger bedreigd worden. Maar belangrijker is dat de Palestijnse
economie onafhankelijk wordt en er een levensvatbare Palestijnse staat gecreëerd
wordt. ZONDAG
17 FEBRUARI Deze
dag reizen we naar de buurt van Hebron. Makkelijk is het niet: een groot aantal
wegen op de Westelijke Jordaanoever zijn door het leger afgesloten met
versperringen of tanks en men bereikt zijn doel alleen via enorme omwegen en
over onverharde paadjes. Vele Palestijnen moeten dagelijks kilometers lopen
omdat de plaats waar ze wonen of werken niet met de auto te bereiken is. Vlak
bij Hebron ontmoeten we de familie Jaber. Tweemaal zijn hun huizen door Israëlische
bulldozers neergehaald: ze zouden te dicht staan bij een weg voor de Joodse
kolonisten die zich er gevestigd hebben. Toen enige tijd geleden gewapende
kolonisten uit de omgeving het huis van een van de Jabers bezetten, werd een
13-jarig familielid door een kogel in de maag getroffen. We
worden begeleid door de Israëlische vredesactiviste Netta Golan. Zij is een van
de weinige Israëliers die zich nog in de Palestijnse gebieden waagt. Haar oom
is de leider van een van de nederzettingen die we onderweg passeren. Wanneer we
weer terugwillen richting Jeruzalem, worden we tegengehouden door Israëlische
soldaten. Een van de soldaten, een jonge Russische immigrant, neemt de
identiteitskaart en autosleutels van onze Palestijnse chauffeur af zodat we niet
verder kunnen voordat hij toestemming heeft gekregen ons door te laten. Wanneer
we protesteren merkt de soldaat op dat hij ook liever thuis voor de televisie
zit. Op
weg naar Jeruzalem houdt het leger ons nog een aantal keren tegen, maar
uiteindelijk komen we overal door. Voor een buitenlander gaan deuren open die
voor Palestijnen gesloten blijven. Het
cruciale onderwerp blijkt telkens het recht op terugkeer van de Palestijnse
vluchtelingen naar hun geboortegrond in Israël, dat is vastgelegd in VN
resolutie 194. Naar schatting vijf miljoen Palestijnse vluchtelingen wonen in
Libanon, Syrië, Jordanië, maar ook in de Palestijnse gebieden en andere delen
van de wereld. Meer dan de helft van de Palestijnen in de West Bank is
vluchteling. Zonder oplossing hiervoor zien de Palestijnen een langdurige vrede
als onmogelijk. Dat Israël geen vijf miljoen Palestijnen kan opnemen is ook de
Palestijnen wel duidelijk, maar zelfs het in principe erkennen van het morele
recht op terugkeer is in Israël tot nu toe onbespreekbaar. Pas dan kan er
stabiliteit komen. Verschillende
keren komt het thema opvoeding ter sprake. Nu de partijen zo scherp tegenover
elkaar staan is het voor docenten moeilijk de vrede te onderwijzen. Jongeren
zijn getraumatiseerd door het geweld en onrecht dat ze dagelijks meemaken.
Kinderen groeien op in een klimaat van haat. Ook zijn er praktische problemen:
docenten en leerlingen kunnen de Palestijnse scholen niet bereiken vanwege alle
blokkades. Bovendien kunnen veel scholen het lesgeld niet innen, doordat de
vaders van leerlingen geen inkomsten meer hebben. Op
het Arab Educational Institute in Bethlehem ontmoeten we een aantal leerlingen
en docenten die ons hun persoonlijke verhalen vertellen. Een aantal van hen
woont in Beit Jala, bij Bethlehem, dat tijdens ons bezoek drie nachten lang met
raketten is bestookt. Verschillende huizen die in de vuurlinie lagen van de
nabij gelegen nederzetting Gilo, zijn verwoest. Mensen slapen niet door het
lawaai en de angst dat hun huis geraakt wordt. Kinderen moeten na nachten in
doodsangst weer naar school. Ze kampen met concentratieproblemen. Bethlehem,
een van de toeristische trekpleisters van de Palestijnse gebieden, is volledig
uitgestorven. Liepen er vorig jaar nog massa's pelgrims en toeristen rond,
vandaag zijn we de enige bezoekers in de Geboortekerk. Vele gebouwen waaraan
begonnen was in verband met het millennium, zijn nooit afgemaakt en alle
souvenirwinkels zijn dicht. Het geheel geeft Bethlehem iets spookachtigs. Paters
salezianen melden dat sommige gezinnen nog slechts van brood en olijven leven.
Palestijnen met wat geld zitten inmiddels bij familie in het buitenland; de arme
Palestijnen zitten als ratten in de val. DINSDAG
20 FEBRUARI Op
dinsdag spreken we mensen van het Israëlische ministerie van buitenlandse zaken.
Op het ministerie is men van mening dat veel religieuze leiders hun volgelingen
aanzetten tot haat jegens Israël. Vooral worden verwijten richting de
islamitische en christelijke leiders geuit. Maar joodse leiders die aanzetten
tot haat (zoals Ovadia Yosef, de spiritueel leider van de Shas partij, die
Arabieren vergelijkt met slangen) doen de ambtenaren van het ministerie af als
op zichzelf staande individuen. De mensen van het ministerie vertellen ons dat
Israël lijdt onder de situatie: omdat geen Palestijnse arbeiders worden
binnengelaten liggen de bouw en de landbouw grotendeels stil. Maar toch zijn,
ook volgens dezelfde functionarissen,de Palestijnse burgers de grootste
slachtoffers van de situatie. WOENSDAG
21 FEBRUARI Op
onze laatste dag in Jeruzalem spreken we religieuze leiders. We ontmoeten
Naftali Rothenberg, een liberale rabbijn, die zich bezig houdt met de dialoog
van joden met christenen en moslims. We spreken de Armeense patriarch, Torkom
II, in de Armeense wijk van de Oude Stad. Vlak bij de ingang naar de Tempelberg
bezoeken we de moefti van Jeruzalem, sjeik Ikrima Sabri. Elk
van hen legt er de nadruk op dat het conflict politiek is en niet religieus,
maar dat politieke leiders religie gebruiken om hun doelen te bereiken. Religie
moet buiten het Israelisch-Palestijns conflict blijven, anders escaleert de zaak
helemaal. Maar de situatie is uitzichtloos: op het moment is een gesprek tussen
de religies nauwelijks mogelijk, omdat de bevolking zo gepolariseerd is.
Patriarch Michel Sabbah, internationaal president van Pax Christi, vindt dat de
politieke leiders eerst met elkaar moeten onderhandelen. Daarna kunnen de
religieuze leiders zorgen voor de toegankelijkheid van de heilige plaatsen voor
de gelovigen. We
ronden ook officieel onze Vredesweek van september 2000 af, die gewijd was aan
Jeruzalem. Mensen konden kaarten ondertekenen met een tekst over het belang van
een goede oplossing voor Jeruzalem: bijna 10000 kaarten, gericht aan de Israëlische
vredesorganisatie Vrede Nu en aan de Palestijnse organisatie Panorama. Ondanks
de moeilijke toestand is er van beide organisaties iemand om de kaarten aan te
nemen. De vredesactivisten stellen het gebaar van solidariteit uit Nederland op
prijs, ze zijn blij dat dit gebaar gelegenheid biedt 'de andere partij' eens te
spreken. Jammer dat daar een buitenstaander voor nodig is. Trouw, 23 februari 2001 |