WERELDRAAD
BEGINT DECADE TEGEN GEWELD MET BEROUW
BERLIJN/POTSDAM
- De Wereldraad van Kerken is gisteren in een geest van berouw begonnen aan het
decennium ter overwinning van het geweld. De organisatie roept alle kerken en
andere oecumenische organisaties op, zich de komende tien jaar gezamenlijk in te
zetten voor vrede, gerechtigheid en verzoening.
Aan
het begin van de campagne is berouw op z'n plaats, omdat ook christenen zich
schuldig hebben gemaakt aan geweld of dit hebben gerechtvaardigd, stelde
secretaris-generaal Konrad Raiser van de Wereldraad tot twee maal toe. ,,We zijn
nog niet de geloofwaardige boodschappers van geweldloosheid waartoe het
evangelie ons oproept.''
Het
decennium tegen geweld begon met een oecumenische kerkdienst in de
Kaiser-Wilhelm-Gedächtniskirche. Tijdens de viering, die rechtstreeks op de
Duitse televisie werd uitgezonden, vroegen drie gelovigen vergiffenis voor hun
aandeel in geweld. Zo erkende de Canadese Marion Best, vice-voorzitter van het
centraal comité (algemeen bestuur) van de Wereldraad, dat de Verenigde Kerk van
Canada geen respect heeft gehad voor de inheemse volken.
Wie
geweld wil overwinnen, moet de oorzaken ervan aanpakken, benadrukte de
Nobelprijswinnaar José Ramos-Horta 's middags tijdens een festival ter
gelegenheid van de decade. In de meeste ontwikkelingslanden zijn dat volgens hem
armoede, werkloosheid, honger, wanhoop en een gebrek aan scholen.
Volgens Ramos-Horta, die in 1996 de Nobelprijs voor de vrede kreeg,
moeten de kerken een cultuur van geweldloosheid bevorderen. Ze zijn daartoe
volgens hem in staat, omdat ze door hun omvangrijke netwerk aanwezig zijn in
vrijwel alle gemeenschappen in de wereld. De Nobelprijswinnaar kan zich
overigens situaties voorstellen waarbij geweld als laatste redmiddel
gerechtvaardigd is. Zo heeft hij destijds zijn steun uitgesproken voor een
NAVO-interventie om een einde te maken aan de volkerenmoord in Kosovo.
Enkele
honderden christenen namen gisteren aan het einde van de middag in Berlijn deel
aan een mars naar de Brandenburger Tor. Daarmee herdachten ze de vreedzame
revolutie die in 1989 leidde tot de val van de Berlijnse Muur. De tocht voerde
langs de plaats waar het Holocaustgedenkteken wordt opgericht.
In
een zaterdag uitgegeven verklaring roept de Wereldraad de kerken op eerst naar
zichzelf te kijken voordat ze zich inzetten voor vrede en verzoening. Ook zouden
kerken en oecumenische organisaties gezamenlijk berouw moeten tonen over hun
medeplichtigheid aan geweld, is de raad van mening.
Bron: Trouw, 5
februari 2001
BESTUURSZITTING
WERELDRAAD VAN KERKEN MAAKT WEINIG PUBLIEKE INDRUK
Het
centraal comité (algemeen bestuur) van de Wereldraad van Kerken sloot
gistermiddag in Potsdam, bij Berlijn, negen dagen van intensief overleg af. De
158 deelnemers waren, als gewoonlijk, zeer tevreden.
Maar buiten de vergaderzaal bleek er amper iemand te
vinden die van de bijeenkomst echt wakker lag. De Duitse media volstonden met
het afdrukken van wat persberichtjes en zelfs het ANP halveerde zijn
aanwezigheidsduur.
De
desinteresse dateert niet van vandaag of gisteren. In Europa en de Verenigde
Staten daalt de belangstelling voor het doen en laten van de Wereldraad al
geruime tijd. Onder jongeren lijkt ze het nulpunt zelfs dicht genaderd.
Verscheurd door tegenstellingen en gevangen in verouderde denkpatronen is de
oecumenische multinational -inmiddels 342 lidkerken met in totaal 500 miljoen
leden- allang niet meer het kristallisatiepunt van jong talent en christelijke
hoop.
Vernieuwend
denken en maatschappelijk elan kom je in zijn gelederen steeds minder tegen. De
stroom van verklaringen en commentaren die vanuit Genève over de wereld wordt
uitgestort wekt vaak eerder de lachlust op dan dat ze tot geestelijke bezieling
leidt. Ook in Potsdam was het raak: Israël werd tot vrede gemaand, Cyprus moet
zich verenigen, de Verenigde Staten dienen hun militaire steun aan Colombia (war
against drugs) te staken en ook Indonesië kreeg ervan langs.
Op
zich terechte, alhoewel nogal vrijblijvende kritiek, maar waarom juist de
Wereldraad ze moet spuien blijft onduidelijk (met uitzondering wellicht van het
verwerpen van Jakarta's beleid op de Molukken waar opgehitste christenen en
moslims elkaar te lijf gaan). Wat dat betreft lijkt de eis van de orthodoxen
begrijpelijk. Die willen meer nadruk leggen op de dialoog tussen de lidkerken
dan op politieke en sociale zaken die andere clubs minstens zo goed kunnen
behartigen.
Dit
temeer omdat de raad in zijn politieke uitspraken niet altijd vrij is van
eenzijdigheid. Zo wees het centraal comité de geïndustrialiseerde landen
streng op hun plichten met betrekking tot de milieuvervuiling, maar zweeg het
over de derde wereld.
En
er was meer. In zijn openingstoespraak suggereerde voorzitter Aram I dat de
geweldsuitbarsting van de Palestijnen tegen het Israëlische leger
gerechtvaardigd was. Een vreemde uitspraak van de Libanese 'catholicos' aan de
vooravond van het 'Decennium ter overwinning van het geweld', een goed
initiatief. Terecht kwam op Arams rede veel kritiek. Als vaker bij heikele
kwesties wordt de hete aardappel nu, middels een rapport, de lidkerken
toegestuurd. In de hoop dat hij onderweg wat zal afkoelen.
Wie
de woorden las die secretaris-generaal Konrad Raiser in Potsdam sprak dacht
eerder aan een topmanager van Esso die de jaarrekening verduidelijkt dan aan een
man Gods die z'n gehoor tot oecumenische geestdrift wil brengen. Toch wordt zijn
mandaat een jaar verlengd, tot 1 januari 2004. Ook de algemene vergadering van
de raad blijkt een jaar uitgesteld, tot 2006.
De
Wereldraad is slechts één van de vier 'acteurs' op het wereldtoneel van de
oecumene en qua omvang niet eens de grootste. Dat blijft de rk kerk. Samen met
de Lutherse Wereldfederatie (LWF) en de Wereldbond van hervormden en lutheranen
(Warc) completeert die het oecumenisch blok. In Potsdam bleek dat de
samenwerking nog altijd stroef verloopt. Zeker met Rome. Misschien dat de
aangekondigde Wereldzendingsconferentie, eind 2004 of begin 2005, enige
verbetering brengt.
Hetzelfde
geldt voor het contact met twee andere stromingen die binnen de christenheid
snel aan invloed winnen: de evangelicalen en de pinksterkerken. Hun aanhang
omvat honderden miljoenen gelovigen, van wie het merendeel in Afrika, Azië en
Latijns-Amerika leeft. Tot dusver is het Genève niet gelukt de kloof met beide
bewegingen te dichten. Een slechte zaak, want men kan van beide leren:
evangelisatie en profetisch spreken van de charismatici, grotere nadruk op
sociale ethiek van de neo-pentecostals.
De
orthodoxe bestuursleden lijken, als men de Nederlandse afgevaardigde ds. Wies
van Houwelingen moet geloven, van Saulussen in Paulussen te zijn veranderd.
,,Hun participatie was enorm, heel anders dan op de assemblee in Harare''
(1998). Zou dat te maken kunnen hebben met het feit dat er een voorstel ligt om
binnen de raad voortaan zo weinig mogelijk meerderheidsbesluiten te nemen en te
streven naar consensus? Dat zou de orthodoxie een vetorecht verschaffen waarmee
ze elk besluit dat haar niet zint, bijvoorbeeld over de vrouw in het ambt of
over homoseksualiteit, kan blokkeren.
Want
al het enthousiasme van Van Houwelingen cs. ten spijt -men wil zelfs gaan
vergaderen in een orthodox land- heerst binnen belangrijke orthodoxe kerken als
de Griekse en Russische nog altijd een uitgesproken anti-oecumenische en
conservatieve sfeer.
Bron:
Trouw, 7 februari 2001
Noot
van IVISEP: Het zijn tegenwoordig ook de orthodoxe Muslimgroeperingen die een
uitgesproken anti-oecumenische en conservatieve sfeer uitstralen.
ZUINIG
ZIJN OP DIE MARGINALE WERELDRAAD
Spreekt
de Wereldraad van kerken nog met enig gezag? Het houdt niet over, stelde Trouw
naar aanleiding van de bijeenkomst eind januari in Berlijn. R. Bolwijn van de
Sow-kerken was erbij en vond het juist geweldig. Jan van Butselaar kent het
oecumenische wereldje al langer. Je hoeft er niet altijd geweest te zijn.
De
Wereldraad van kerken is een geweldige organisatie. Al vijftig jaar houdt hij
kerken van over de hele wereld en van zeer verschillende snit (van Nederlandse
remonstranten tot Russisch-orthodoxen) bijeen. Meermalen zorgde de Wereldraad
voor doorbraken in patstellingen tussen strijdende partijen, of dat nu kerken,
religieuze stromingen, volken, stammen of ideologieën waren.
Nog steeds ben ik als man uit de wereld van de
zending dankbaar voor een verklaring uit de jaren tachtig, die 'evangelicale' en
'oecumenische' christenen dichterbij elkaar bracht.
Die
geschiedenis heeft de Wereldraad iets 'heiligs' gegeven, een organisatie waar je
zuinig op moet zijn. Westerse kerken, die het leeuwendeel van de rekening van de
Wereldraad betalen, zouden zich dat wat meer bewust moeten zijn. Juist deze
kerken zijn fors aan het snijden in het budget van de oecumene, ook in dat van
de Wereldraad. Duitse kerken, goed voor zo'n dertig à veertig procent van het
Wereldraadinkomen, gaan fiks bezuinigen op die post. Als je ze zou vragen wat ze
vinden van de Wereldraad, zou er waarschijnlijk een 'heilig' antwoord komen, met
evenveel vuur als naar voren kwam in de bijdrage van Sow-voorlichter Ronald
Bolwijn, onlangs in deze krant.
Maar
die heiligheid van de Wereldraad is kennelijk toch niet het hele verhaal, anders
zouden genoemde kerken wel royaler zijn. Maar de Wereldraad blijkt behalve
heilig ook feilbaar. In Berlijn een 'decennium tegen geweld' beginnen met
opmerkingen van de voorzitter over het begrijpelijke Palestijns geweld (dat
haalde de Duitse kranten!) is een stomme zet. Als de staf van de Wereldraad bij
zo'n cultureel en divers gezelschap als het Centraal Comité (bestuur) een
gortdroog verhaal komt houden waarbij iedereen in slaap valt, is dat natuurlijk
een blunder.
De
feilbaarheid gaat echter nog verder. Rooms-katholieken hebben weinig boodschap
meer aan de Geneefse oecumene: is dat het conservatisme van de huidige paus of
is de Wereldraad niet meer relevant als gesprekspartner? Pinksterkerken (de
snelst groeiende variant onder de christelijke kerken) herkennen weinig in de
Wereldraad en sluiten zich (voor het grootste deel) niet aan: is dat
conservatisme of ligt het aan het onvermogen van de Wereldraad de
pinksterspiritualiteit volop te honoreren?
Op
het politieke veld telt de Wereldraad nauwelijks mee; binnen de Verenigde Naties
wordt met veel interesse geluisterd naar Rome, maar Genève komt er amper ter
sprake. Bovendien zit de Wereldraad nog altijd gevangen in het
tweepartijensyndroom: er zijn goede en er zijn slechte. De slechte worden
regelmatig aan de paal geslagen, en dan nog vaak niet op grond van studie, maar
van vriendjespolitiek. Niemand luistert meer naar zulke verklaringen; de
Wereldraad van kerken is, internationaal gezien, gemarginaliseerd.
De
moraal van het verhaal? Laten we dankbaar zijn voor de Wereldraad, voor de
heiligheid ervan. Laten we echter evenzeer dankbaar zijn voor journalisten,
waarnemers niet-ledenkerken, politici, jongeren, die eraan herinneren dat die
organisatie feilbaar is, en dat er in de oecumene nog een en ander te doen is.
Dr.
G.J. van Butselaar, tot voor kort algemeen secretaris van de Nederlandse
Zendingsraad, had jarenlang nauw contact met het werk van de Wereldraad.
Trouw,
20 februari 2001
|